Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ho nou maar even! Hij had natuurlijk een harmonica, een chromatische Wheatstone, en die is nog in de familie. Non zat de Chang op een keer in schafttijd op z'n monica te spelen en de heele werf zat te luisteren. En toen zei er een: — hij kent dat liedje niet goed, want ineens raakt hij uit de melodie. —

„Maar dan komt hij er toch weer in, want hij eindigt toch goed. —

„Ze dachten allemaal gehoord te hebben, dat hij 't liedje niet heelemaal naar de wijs speelde en toen vroegen ze 'm om het nog eens over te doen. En dan vonden ze, dat hij 't weer niet heelemaal volgens het wijsje gespeeld had, maar de de een zei daar en de andere zei daar, waar het klanken werden van eigen vinding. Ze waren 't daarover niet eens. En Chang zelf hebben ze 't gevraagd, maar die dacht, dat hij het wijsje nogal goed gespeeld had. Ze konden er niet precies achter komen. Bij een ander wijsje was 't weer net zoo. En toen herinnerde de een en de ander zich goed, dat hij dat al meer gedacht had, als Jean Villevoye speelde. En nooit was dat op dezelfde plek in 't wijsje, maar altijd als ze er op studeerden, dan hoorden ze dat hij afweek. Maar hoe... en waar... dat wisten ze niet.

„En dat kwam ook bij de werkmeesters ter sprake en die konden 't ook niet vinden. En de twee scheepsteekenaars ook niet, de heeren van 't kantoor nog minder. Toen vroegen ze 't aan den directeur en de directeur hield veel van muziek en kende noten.

„Die heeft het uitgemaakt, want hij nam de muziekstukken voor zich en streepte aan, waar de Chang er naast was. Dat deed hij twee, drie, vier keer bij 't spelen van hetzelfde stuk en iederen keer zat de Chang er naast, maar zelden of nooit

Sluiten