Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg, eer er ongelukken gebeuren, eer er uit Francientje een Francien en uit Francien een Sien groeit. En dat dit gebeuren ging... een blinde kon het zien. En dan, o wee de Zeehond en wat er dan nog overgebleven zal zijn van het lieve vriendinnetje uit Antwerpen."

„En bèn je toen ook weg gegaan, Chang, voor daar duvelderij van kwam?"

„Ja Chef, dat ben ik. Maar anders dan ik verwacht had. We zijn allemaal uit mekaar gegaan en die meid naar de Schans. Dat moeten jullie hooren. Op een namiddag is Francientje wakker er voor geworden, dat er wat stonk in haar huis. Ik zag het direct, want ze liep met ongekrulde haren door het achterhuis. En waar was de Zeehond? En waar was die meid? Francientje heeft toen gewacht tot het buiten donker was, toen heeft ze haar schoenen uitgetrokken en is sluipenderwijs naar boven getrokken. Daar heeft ze, door het sleutelgat gekeken in de kamer van dat stuk vergift waar licht op was. En daar zal ze wat gerucht bij hebben gemaakt, en ineens heeft dat ontaarde beestwijf in die kamer, haar hoedepen door 't sleutelgat gestoken... en dwars door het oog van Francientje.

„Zooals toen, heb ik in m'n heele leven niet hooren brullen. En toen ik boven kwam, was die kamer een ruïne geworden, lag de Zeehond naar asem te gapen op den vloer (hij bloeide uit z'n mond) en die meid was niet meer als een mensch te herkennen. Francientje zat op het ijzeren ledikant bloed te huilen. Ik zie haar nog zoo voor me zitten; ze had een blauwe blouse aan met zoo'n witte kropdas, dat was in die dagen mode. En die das was ten halve rood. Het werd schemerig voor m'n oogen, 't was zuiver of ze vlagde: rood en wit en blauw. Toen ze me zag zei ze alleen nog: — geen politie. —

Sluiten