Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige toespijs ? hebt ge iets voor mij om te eten ? en kortweg en norscb antwoorden zij: neen. Zij zijn niet eens zoo beleefd om Hem aan te spreken.en tot dien vreemdeling te zeggen: neen, heer. Zij bitsen alleen terug: neen, en in dat korte, onvriendelijke neen trilt bittere teleurstelling en ontevredenheid. Alles loopt hun immers ook tegen. Eerst blijft de Heere Jezus weg en schijnt het met hun werk als apostelen in den dienst van den Meester niets te worden, en nu ze weer hun gewone beroep hebben hervat en zijn gaan visschen, wil dit in dezen nacht ook niet Alles gaat mis, en waar zijt gij, Meester, Die U verborgen houdt en Die schijnbaar Uw arme jongeren laat tobben en zwoegen, zonder dat Gij U om hen bekommert ? Waar is de vervulling van Uw belofte, dat Gij hun zoudt voorgaan naar Galilea en zij U daar zullen zien ?

Zoo houdt de Heiland Zich voor Zijn jongeren verborgen. .

Hoewel Hij er is en ook in dien nacht hen niet vergeet

Hij stuurt hun vaart en Hij heerscht over hun werk.

Hij leidt het zoo, dat zij niets vangen, en Zijn wegen zijn wijs en heilig.

Want Hij onthoudt hun in hun arbeid den gewenschten buit, opdat Hij straks in hun armoede Zijn heerlijkheid kan openbaren en Hij het wonder der vischvangst kan verrichten.

Hij voert hen in den nood, opdat Hij in dien nood hun redder zal zijn.

Hij verbergt Zich tot hun diepe teleurstelling, opdat uit de donkere klacht der mismoedigheid de jubel der verlossing zal geboren worden: het is de Heere.

En daartoe dient ook de derde verborgenheid, waarvan deze verschijning spreekt

Zij bestaat hierin, dat de discipelen Jezus op den oever zien staan en niet weten, dat het Jezus is.

Hun oogen worden gehouden, dat zij Hem niet kennen.

En dit is na alle teleurstelling wel het zwaarste, dat hun overkomt, zooals het èn voor Maria van Magdala èn voor de Emmaüsgangers tot droefheid is geweest dat zij moesten wachten eer zij Jezus zagen. Want dat Jezus toeft te komen is al hard en dat Hij hen laat tobben is pijnlijk, maar dat Hij, nu Hij op den oever staat, Zich nog verborgen houdt schijnt wel heel erg onbarmhartig. Wat zou na de teleurstelling van het vergeefsche wachten de vreugde groot geweest zijn, indien zij in het eerste morgenlicht terstond aanschouwd hadden: daar is de Meester. Hoe zou die weeklage van dien moeilijken nacht veranderd zijn in een blijde rei, indien terstond hun oogen Jezus ontmoet hadden en de jubel der herkenning kon klinken: het is de Heere. Maar neen, de vroege morgen begint niet met openbaring maar met verborgenheid en niet met aanschouwing maar met geslóten oogen. En het schijnt, dat de Heiland Zijn jongeren wreed behandelt, en waar zijt Gij, Die Uw vrienden geen

Sluiten