Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit feit schuilt weg in het verborgene en wij begrijpen zoo weinig van wind en van vuur!

En... kunnen Oeest en jeugd in één adem worden genoemd.

Is de Geest daarvoor niet te heilig en de jeugd niet te dartel?

En ge gaat over die combinatie napeinzen en zegt tot uzelf en anderen: de Geest trekt naar boven, en... onze jeugd trekt naar de aarde; de Geest voert onze zielen naar den hemel, en... wij vinden in onzen lentetijd zooveel in het tijdelijke wat bekoort; de Geest werpt den ernst van leven en sterven op onze harten, en de dorst der jeugdigen brandt naar de vreugde, en streeft de jeugd niet een gansch anderen kant uit dan de Geest? Het is voor haar immers lentetijd. De jonge takken zijn vol van sneeuwwitte bloesems. Alles klopt van idealisme en verwachting.De aarde bindt, het leven lokt, de wereld wenkt, het beneden boeit, de tijd trekt, en... echte levensvreugd en waarachtige levensliefde is immers niet zondig. Maar... rijmt zich dat alles met den Geest Gods ? Geest en jeugd, hooren ze bij elkander? En ge redeneert verder: in dien jeugdtijd is de verleiding het sterkst; in die levensperiode is de bekoring van de zonde het machtigst; in die jaren lokt de wufte vreugd en brandt menige vlam van onheilige passie, en wanneer ge van die zijde het jonge, bruisende, idealiseerende, en ook worstelende jonge leven beziet, komt ge tot de conclusie: Geest en jeugd hooren niet bij elkaar. Dat de ouden, wier levensdag ten einde spoedt, droomen droomen is te verstaan. Dat mannen en vrouwen in de volle spanning van den strijd den Heere zoeken valt te verklaren, maar dat jonge menschen met hun dartel hart en begeerend gemoed zich door den Geest Gods laten leiden is bijna niet aan te nemen en strookt niet met het karakter der jeugd.

Is dit nu zoo?

Hooren Geest en jeugd bij elkaar?

Neen, zegt de wereld, en ze lokt de zonen en dochteren met alle middelen, die haar ten dienste staan.

Neen, zegt het ongeloof, en het tracht èn het kruis van Christus èn de werking des Geestes als dwaasheid voor te stellen.

Neen, zegt ook graag menig jong hart, dat meegesleurd wordt door den glanzenden stroom van zingenot en zondige wereldliefde.

En neen, zegt ook die onschriftuurlijke vroomheid, die voor de kinderen des verbonds het vuur des Geestes poogt te blusschen en de werking des Geestes beperkt tot een klein kringetje van diep-ingeleiden, in wier midden geen jongere toegang vindt.

Maar het Woord Gods zegt ja.

Het pinksterfeest jubelt ja.

Dit is het, roept de apostel Petrus uit, wat gesproken is door den profeet joêl, en deze woorden mogen wij niet oppervlakkig opvatten. Zij

Sluiten