Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Petnis' ziel, wanneer bij den vragers en spotters kan toeroepen: dit is het; nu is bet gekomen; de heilsvervulling, waarop wij zoo lang gewacht hebben, is aangebroken. De stroomen des Geestes storten zich uit over de ouden en over de jongeren. Uw zonen en uw dochteren zullen profeteeren en uw jongelingen zullen gezichten zien.

* *

Dat is het...

Ook de jongeren deelen in den zegen des Geestes.

Maar is deze plaats voor de jeugd der gemeente nu wonderlijk?

Moet Pinksteren als feest van de jeugd ons bevreemden?

Waar komt de Geest Gods wonen en waartoe is Hij uitgestort?

Hij neemt immers Zijn intrek in de gemeente, in de kerk des Heeren, en tot deze kerk behooren niet alleen de ouden maar ook de jongen. In haar zijn niet alleen de volwassenen maar ook de kinderen begrepen, en de Heere, Die de God der geslachten is, vergadert Zijn volk in den weg des verbonds. Hij brengt Zijn verkorenen niet op individualistische wijze van hier een geredde en daar een bekeerde bijeen, maar Hij bevestigt Zijn trouw van geslacht tot geslacht Zoo heeft Hij in de schaduwen van den ouden dag Zijn tempel gebouwd, en zoo voltooit Hij heerlijker en rijker Zijn heilig gebouw in het licht van de nieuwe bedeeling. Zijn kerk na den Pinksterdag staat niet ten achter bij die onder de wet De lijn der genade zinkt niet maar klimt Gods heilswerk gaat niet achteruit maar schrijdt voorwaarts, en zoo vindt de Geest des Heeren in Zijn woning, die door Jezus Christus bereid is, niet alleen de ouden, die droomen droomen, en niet slechts de mannen en vrouwen, die in de volle kracht van het leven den goeden strijd des geloofs worstelen, maar ook de jongeren, die profeteeren en gezichten zien, en zelfs de kinderen, uit wier mond de Koning der kerk Zich lof toebereidt en Zich sterkte grondvest Zij allen zijn kinderen des huizes. Zij allen zijn huisgenooten des geloofs. De Geest kan hen niet voorbijgaan, omdat zij mede Gods tempel zijn. En wat de Vader en de Zoon samengevoegd hebben, scheidt de Geest niet

Hij kan dit ook niet scheiden om het werk, dat Hij werkt

Want wat is de arbeid, dien de Trooster hier verricht?

Die zal mij, zegt Christus, verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen en zal het u verkondigen (Joh. 16 : 14).

De Geest verheerlijkt dus den Christus Gods en past Zijn Middelaarsarbeid toe.

Maar de Christus spreekt en doet ook niets van Zichzelf.

Vader, zoo belijdt Hij in Zijn hoogepriesteriijke bede, ik heb U verheerlijkt op de aarde, Ik heb voleindigd het werk, dat 00 Mg gegeven hebt om te doen (Joh. 17 : 4).

Sluiten