Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Qui finzit sigillatim corda eorum: qui intelligit omnia opera eorum.

16. Non salvatur rex per multam virtutem: et gigas non salvabitur in multitudine virtutis sua?.

17. Fallax equus ad salutem: in abundantia autem virtutis sua? non salvabitur.

18. Ecce oculi Domini super metuentes eum: et in eis, qui sperant super misericordia ejus. Eecli. XXXIV19.

19. Ut eruat a morte animas eorum: et alat eos in fame.

20. Anima nostra. sustinet Dominum : quoniam adjutor et protector noster est..

21. Quia in eo la?tabitur cor nostrum: et in nomine sancto ejus speravimus.

22. Fiat misericordia tua Domine super nos: quemadmodum speravimus in te.

15. Hij, die hunne harten, van elk hunner, heeft gevormd; Hij, die al hunne werken doorziet.

16. Geenszins redt een koning zich door een groote legermacht, en geenszins redt een reus zich in den overvloed van zijne sterkte12).

17. Bedrieglijk is het ros ter redding, en in de overmate zijner kracht ontkomt het niet.

18. Zie, de oogen des Heeren zijn op die Hem vreezen, en op die vertrouwen stellen in zijne barmhartigheid,

19. om hunne zielen aan den dood te ontrukken en hen te voeden in hongersnood18).

20. Onze ziel verbeidt den Heer, want Hg ia onze helper en beschermer.

21. Want in Hem zal zich ons hart verheugen, en op zijnen heiligen naam vertrouwen wj?'*'

22. Rome uwe érbarming. o Heer, over ons, gelijk wij onze hoop gesteld hebben op Uw)!

Hij voor zijne Godheid bereid (bevestigd) heeft.

**) Om de noodzakelijkheid en krachtdadigheid van Gods hulp nog beter te doen uitkomen, wijst de Psalmist in v. 16—17 door drie voorbeelden op de onbetrouwbaarheid der menschelijke hulpmiddelen en vervolgens op den nimmer falenden bijstand (v. 18—19), welken zijne voorzienigheid verleent aan zijne dienaars.

") Hij redt hunne zielen, d. i. hün leven, en voedt hen in hongersnood,

d. i. Hij helpt hen in elke hachelijke omstandigheid.

") Gods zegen neemt toe naar de mate van ons vertrouwen; zijne liefde valt ons ten deel naar de mate van onze liefde.

— De H. Augustinus en anderen leggen dezen Psalm in geestelijken zin uit als eenen lofzang der Kerk ter verheerlijking der bovennatuurlijke weldaden, die God de Vader door den Zoon en den H. Geest aan hare leden schenkt.

Sluiten