Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Fundatur ezsultatione universse terra) mons Sion, latera aquilonis, civitas Regis magni.

4. Deus in domibus ejus cognoscetur, cum suscipiet eam.

5. Quoniam ecce reges terra) congregati sunt: convenerunt in unum.

6. Ipsi videntes sic admirati sunt, conturbati sunt, commoti sunt:

7. Tremor apprehendit eos. D)i dolores ut parturientis,

8. Lu spiritu vehementi oonteres naves Tharsis.

9. -Sicut audivimus, sic vidimus in civitate Domini virtutum, in civitate Dei nostri: Deus fundavit oam in aeternum.

10. Suscepimus Deus misericordiam tuam, in medio templi tui.

11. Secundum nomen tuum Deus aio et laus tua in fines terras: justi tia plena est deztera tua.

en dat is een reden van jubel voor geheel het land, ja (in hoogeren zin) voor geheel de aarde.

*) De twee voornaamste deelen van Jerusalem, nl. de berg Sion en de noordzijde, d. i. de noordwaarts gelegen berg Moria, waarop de-tempel gebouwd was, zqn als opnieuw gegrondvest en maken voortaan de onwrikbare stad uit des grooten Konings, nl. van het rijk van Juda. Bedoeld wordt daarmede God zelf. Vgl. Matth. V 35.

') De bewoners der ongerept gebleven huizen van Jerusalem leeren erkennen dat God het is, die de stad beschut heeft.

6) Hier worden wellicht de vorsten bedoeld, die gezamenlijk tegen Josaphat tot op eenigen afstand der stad waren opgerukt, maar aldaar door Gods toevvnoyerniet¥d ^erden (vgl. II Par. u £ r^g'h ot wel de aai» Sennachenb onderhoorige vorsten (vgl. IV Reg. XIX). De grondtekst heeft: «Want zie, de koningen verzamelden zich. en zij verdwenen altegader».

'l Niet zoodra aanschouwden zij de stad, of Israël's leger (Gods zichtbare

3. Gegrondvest tot gejubel van geheel de aarde is Sion's berg, de noordzijde, de stad des grooten Konings4).

4. God doet zich in haar huizen kennen, terwijl Hij haar beschut»).

5. Want zie, de koningen der aarde vergaderden, zij rotten samen*).

6. Zij zagen toe*); fluks stonden zij verbaasd, verward, ontzet;

7. verschrikking greep hen aan; daar waren weeën als van eene

barende.

8. Met eenen stormwind vergruist Gij Tharsis-schepen8)!

9. Gelijk wij het vernomen hadden, zoo zagen wij het in de stad van den Heer der legerscharen, in de stad van onzen God. God heeft ze gegrondvest voor de eeuwigheid»).

10. Wij gedenken uwe goedertierenheid, o God, in het midden van uwen tempel10).

11. Naar uwen naam, o God, zoo ia ook uw roem tot aan des aardrijks einden. Vol gerechtigheid is uwe rechterhand11).

tusschenkomst) joeg hun angst en ontzetting aan.

8) Zij vloden en werden door God te pletter geslagen, als Tharsis-schepen door den stormwind. Tharsis of Tartessus was een stapelplaats van den Phenicischen handel in Spanje; alleen stevig gebouwde schepen konden daarheen stevenen; daarom golden de Tharsis-schepen als zinnebeelden van sterkte en pracht. Mogelijk wordt hier gezinspeeld op den storm vermeld III Reg. XXII 49 en II Par. XX 36, 37.

*) Wij zagen de door God ten bate der voorvaderen gewrochte wonderen (bij de Roode Zee enz.) te Jerusalem herhaald; wel een bewijs, dat God de stad ook in de toekomst zal beschutten.

) Naar den grondtekst en de Sep tuagint kan dc zin ook zijn: wij ver beiden, vragen, overwegen of prijzen iwe goedcrtierheid.

") Overeenkomstig uwen naam, d. i. ie openbaring van uw goddelijk wezen n zijne wonderkracht, goedertierenheid inz., zult Gij alom verheerlijkt worden; yant uwe rechterhand, d. i. uwe machige hulp, heeft ons overvloed van recht

Sluiten