Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALMUS LXXII. PSALM LXXII.

Voor- en tegenspoed zijn wijze en rechtvaardige beschikkingen Gods.

Een leerpsalm over de vraag: Hoe is Gods wijsheid en rechtvaardigheid overeen te brengen met het geluk der zondaars en de-ongelukken der vromen ? God 4$ goed voor de zijnen (v. 1). De voorspoed der boozen had den dichter bijna op het dwaalspoor gebracht (v. 2—9) en verleidt inderdaad vele.anderenfv. 10—14). Nu hij echter let op het uiteinde der boozen, wordt hem alles begrijpelijk

fV. is 20) en ziet hij zijne dwaasheid in (v. 21—23); immers God

'was steeds met hem; wie Hem aankleeft, komt tot geluk; wie Hem verlaat, gaat verloren fv. 24—28).

ij Psalmus Asaph.

Quam bonus Israël Deus bis, qui recto sunt cor de!

2. Mei autem pene moti sunt pedes: pene effusi sunt gressus mei.

3. Quia zelavi super iniquos, pacem peccatorum videns.

4. Quia non est respectus morti eorum: et firmamentum in plaga eorum.

5. In labore hominum non sunt, et cum hominibus non flagellabuntur:

6. Ideo tenuit eos superbia, operti

1. Een Psalm van Asaph1).

Hoe goed is God voor Israël, voor die oprecht van harte zijn2)!

2. Bijna echter wankelden mijne voeten; bijna glipten mijne treden uit*).

3. Want ijverzuchtig was ik op de ongerechtigen, als ik den vrede der zondaars zag.

4. Want geenszins wordt er omgezien naar hunnen dood en is er duur in hunnen rampspoed4).

5. In menschelijke kwelling zijn zij niet, en met menschen worden zij niet gekastijd5).

6. Daarom vermeestert hen de

l) Vgl. Ps. XLIX 1. De inhoud van dezen Psalm, den eersten van den derden bundel, heeft veel overeenkomst met dien van Psalm I en XXXVI.

*) De dichter zet hier de slotsom der volgende overweging als gedenkspreuk voorop: al blijkt zulks niet altijd terstond, toch beschikt God steeds alles ten goede voor het ware Israël, te weten voor hen, die oprecht van harte zijn, d. i. die, met volkomen onderwerping aan Gods beschikkingen, in alles zijnen wil trachten te volbrengen.

*) Het gezicht van de welvaart der boozen was voor mij een beproeving, die mij bijna aan Gods wijsheid en rechtvaardigheid zou hebben doen twijfelen en inq (v. 3) deed verlangen naar hunnen vrede, d. L' naar het genot van hun uiterlijk welvaren en hunne (al¬

thans oogenschijnlijke) innerlijke tevredenheid. Hiervan volgt nu een uitvoeriger beschrijving.

4) De vermoedelijke zin is: te midden van hunnen voorspoed denken de boozen niet aan hunnen dood, en treft hen rampspoed, dan heeft deze geenen duur. Sommigen vertalen: God ziet niet om naar hunnen dood, d. i. ondanks hunne boosheid laat Hij ze leven, en treft hen rampspoed, dan ontbreekt het hun niet aan versterking en troost. Hebr. misschien: «want zij zijn zonder banden (d. i. smarten) tot aan hunnen dood, en vet is hunne kracht», d. i. zij genieten een bestendig welzijn.

') De gewone ongemakken en lasten van het menschelijk leven drukken hen niet, en (v. 6—9) dat maakt hen overmoediger en booshartiger.

Sluiten