Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALMUS LXXV.

PSALM LXXV.

Zegezang.

Lofspraak op God, die Jerusalem ontzet heeft (v. 2—4). Beschrijving van zijn machtsbetoon en van den ondergang der vijanden (v. 5—7). Gods macht is onweerstaanbaar en dwingt alles Hem te verheerlijken (v. 8—11). Aansporing en reden tot dank (v. 12—13).

1. In finem, in Laudibus, Psalmus Asaph,

Canticum ad Assyrios.

2. Notus in Judaea Deus: in Israël magnum nomen ejus.

3. Et factus est in pace locus ejus: et habitatio ejus in Sion.

4. Ibi confregit potentias arcuum, seutum, gladium, et bellum.

6. Illuminans tu mirabiliter a montibus ©ternis:

6. Turbati sunt omnes insipientes cor de.

Dormierunt somnum suum: et

1. Tot het einde. Onder de lofzangen. Een Psalm van Asaph.

Een gezang op de Assyriërs1).

2. God is bekend in Judea; groot is zijn naam in Israël2).

3. En in vrede gevestigd is zijne stede en zijne woonplaats op Sion3).

4. Daar heeft Hij verbroken de krachten der bogen, schild, zwaard en oorlog*).

5. Gij gaaft wonderbaar licht van de eeuwige bergen5).

6. Ontsteld werden alle dwazen van harte8).

Zij sliepen hunnen slaap, en niets

») Zie Ps. ITV noot 1; XLIX noot 1. De inhoud van dezen Psalm (vgl. Ps. XLVII) komt overeen met het opschrift: Op (tegen) de Assyriërs. Dit laatste ontbreekt echter in den grondtekst. Allerwaarschijnlijkst werd hij gezongen als zeeelied over hunne in Psalm LXXIV voorspelde en IV Reg. XIX 32-36 verhaalde nederlaag. De Psalmist toont aan, dat God geholpen heeft, omdat Hij als beschermer op Sion woont en opdat ook de heidenen zijne macht zouden erkennen en vreezen.

') Door zijn verblijven op Ston en door alles, wat Hfl vroeger, maar vooral onlangs in Judea en voor Israël verrichtte, is God daar en elders in al de grootheid van zijnen naam, d. 1. van zijn wezen, bekend geworden.

*) Duurzame vrede is door Hem verschaft aan Jerusalem, zijne stede, en aan Sion, zijne woonplaats; of wel, naar den grondtekst en het parallehsme: zijne stede, d. i. zijn verblijf, is gevestigd in Salem (de oude naam van Jerusalem, die Vrede beteekent), en zijne woonplaats op Sion.

*) Een schitterend bewijs van die beschermende tegenwoordigheid heeft

Hij gegeven, doordien Hij aldaar het krijgstuig en de oorlogswoede van den vijand verbroken heeft. Hebr.: «daar heeft Hij de bliksems van den boog (de bliksemende pijlen) verbroken».

') Waarschijnlijk een zinspeling op de zending van den engel, die als een hlilraam ««« dt>. p.euwiae heraen. d. i.

van Sion en Moria, de bergen, waarop

T/micolam vnnr poll wier crpvPRtipd ÏS

(vgl. Ps. XLVII 9), uitging en dé AscTTT-iSro Trernielrffi- Andp.rp.n meenen. dat

hier sprake is van onwrikbare bergen in het algemeen, wier hooge toppen het

eerst bescnenen woraen aoor nei iicui,

dat uit den nemei aaan. ve grunu-

tolrat hooft- «sr-hriklrpliik zilt GÜ: heer-

mi- lUnvan nr\\ het hllitcfiherffte» :

a i waarcphiinliik: TTwe heerliikheid

straalt ontzagwekkend van de bergen rondom Jerusalem, waar de uwen buit

verzamelden. «\ flounliron vcm fïnds machtsbetoon

voor de Assyriërs: ontsteltenis beving die uitzinnigen, die met onbesuisden mnaA .Tohnvah'n atnd dorsten aanval¬

len ; door den engel getroffen sliepen zij weldra den doods/aap, en die man¬

nen, zoo tuK op jerusaiem s njKuum

Sluiten