Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

propitius fiet peccatis eorum: et non disperdet eos.

Et abundavit ut averteret iram suam: et non accendit omnem iram suam:

39. Et recordatus est quia caro sunt: spiritus vadens, et non rediens.

40. Quoties exacerbaverunt eum in deserto, in iram concitaverunt eum in inaquoso?

41. Ët conversi sunt, et tentaverunt Deum: et sanetum Israël exacerbaverunt.

42. Non sunt recordati manus ejus, die qua redemit eos de manu tribulantis,

43. Sicut posuit in .flSgypto signa sua, et prodigia sua in campo Taneos.

44. Et convertit in sanguinem flumina eorum, et imbres eorum, ne biberent. Exod. VII 20.

45. Misit in eos ccenomyiam, et comedit eos: et ranam, et disperdidit eos. Exod. VIII 6, 24.

46. Et dedit ©rugini fructus eorum: et labores eorum locustae. Exod. X 15.

47. Et occidit in grandine vineas eorum: et moros eorum in pruina. Exod. IX 25.

48. Et tradidit grandini jumenta

en Hij werd verzoenlijk voor hun zonden, en Hij verdierf hen niet;

en mild was Hij in het afwenden zijner gramschap, en Hij deed niet zijnen ganschen toorn ontbranden;

39. en Hij was gedachtig dat zij vleesch zijn, een wind, die heengaat en niet wederkeert23).

40. Hoe dikwijls tartten zij Hem in de wildernis, zetten zij Hem aan tot toorn in de woestijn!

41. En zij herhaalden het en zij beproefden God en zij tartten den Heilige van Israël23).

42. Zij gedachten niet aan zqne hand, ten dage dat Hij hen verloste uit de macht van den verdrukker,

43. hoe Hij in Egypte zijne teekenen stelde en zijne wonderen in het veld van Tanis24).

44. En in bloed veranderde Hij hun stroomen en hun regenwater, opdat zij niet zouden drinken25). 46. Hij zond onder hen de hondsvlieg en zij verteerde hen, en den kikvorsch en die verdierf hen26),

46. en Hij gaf hunne vruchten over aan den honigdauw en hun zwoegen aan den sprinkhaan27);

47. en Hij doodde door den hagel hunne wijnstokken en hun moerbezieboomen door den rijp28);

48. en Hij gaf hun vee prijs aan

**) Vleesch, d. i. zwakke schepselen, wuft en voorbijgaand als de wind. Gods straffen worden steeds getemperd door zijne barmhartigheid.

™) Zij verbitterden opnieuw Dengene, dien juist Israël als zijnen oneindigen God moest dienen; zij vergaten daarbij (v. 42—51) wat al wonderen Gods hand (v. 42) tot dat doel verricht had, toen Hij hen van den Egyptenaar, hunnen verdrukker, verloste.

**) Die wonderen waren even zoovele teekenen van Gods almacht en wil. Voor het doel, dat de dichter hier beoogt, was eene volledige opsomming dier wonderen naar de tijdsorde onnoodig.

,b) De stroomen zijn hier de armen

van den Nijl. Vgl. Exod. VII noot 8.

88) De hondsvlieg of galwesp is een voor de planten zeer schadelijk insect. Exod. VIII 24 wordt slechts in het algemeen van een vliegenzwerm gesproken. Of overigens juist de galwesp hier bedoeld wordt, is onzeker. Allerwaarschijnlijkst spreekt de Psalmist hier en in het volgende naar een daaromtrent bestaande overlevering.

") De grondtekst heeft «knager» of «verslinder», d. i. waarschijnlijk «sprinkhaan» in plaats van honigdauw of wellicht (koren)brand; deze laatste wordt door Moses niet vermeld.

") Hebr.: «door hagel» of volgens anderen «door de mier».

Sluiten