Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 Divertit ab oneribus dorsum , 7. Hij bevrijdde van lasten zijnen eins: manus ejus in copbino ser- rug; zijne handen hadden geslaafd vierunt. met den korf5>- "T

8 In tribulatione invocasti me, et 8. In kwelling riept gij Mij aan liberavi te: exaudivi te in abscon- en Lk verloste u; Ik verhoorde u dito tempestatis: probavite apud g^a^ff^ffS aquamcontrad1ctioms.föod.XF7J5. tegens^raak6).

9 Audi populus meus, et conté- 9. Luister, mün volk, en Lk ga u stabor te: Israël ai audieria me, ^tuigen: Israël- als 8*1 geLoor §eeft

aan Mij7),

10. Non erit in te deus recens, 10. zal er geen nieuwe God onder neque adorabis deum alienum. JErod. u *fln, en geen vreemden God zult Xx s gi] aanbidden8).

11. Ego enim sum Dominus Deus 11. Ik, Ik immers ben de Heer, tuiis, qui eduxi te de terra ^gypti: uw God, die u uit het land Egypte dilata os tuum, et implebo illud. gevoerd heeft; doe uwen mond wnd

' r open, en Ik zal hem vullen9).

12. Et non audivit populus meus 1§. En geenszins hoorde mijn volk vocem meam: et Israël non inten- nrijne stem, en Israël gaf geen dit mihi. acht °P

13. Et dimisi eos secundum desi- ; 13. en Lk liet hen henengaan naar I deria cordis eorum, ibunt in adin- I de begeerten huns harten; zij wan-

ventionibus suis. Act. XIV IS. | delden naar hunne ontwerpen»).

tot een wet of ook als een herinnering I 20, 24), maar waarin God ook aanaan zijne weldaden, voor Joseph, d. 1. wezig bleef om zijn volk met weldaden voor Israël (zie Ps. LXXVT noot 14), te overladen. Aan deze weldaden en toen hij uit Egypte toog. Daar was te gelijk aan de ondankbaarheid des Israël de slaaf van een vólk, welks taal volks herinnert het Water der tegenhet niet kende. Vgl. Deut. XXVIII 24. spraak. Tweemaal morde het volk teNaar den grondtekst zegt de dichter of gen zijnen God en verschafte Hij wonwel in naam van het volk: daar hoorde derbaar water, Exod. XVII 7 en Num. ik een taal enz., d. w. z. de taal der XX 1—13. God beproefde het volk Egyptenaren; ofwel: Lk hoor geen be- daardoor, dat het in de gelegenheid kende menschentaal, maar de taal Gods, gesteld werd om zich geloovig en dankdie zegt (v. 7) «Ik bevrijdde» enz. baar te toonen.

s\ Verdere redenen tot jubel en dank: •) Betuigen, d. i. plechtig mijnen wil

Gods weldaden, bij uitstek de bevrij- verklaren. De geheele strekking van

ding uit de Egyptische slavernij. Dat het Oud Verbond wordt nu beknopt uit-

de Joden tot zwaren handarbeid, vooral gedrukt door het aanbidden van den

bij het vervaardigen van baksteenen, kant des volks (v. 10) en het zegenen

gedwongen werden, blijkt uit Exod. I van den kant van God (v. 11). Naar

14 en V 7 Zulken slavendienst vindt den grondtekst is de voorwaarde van

men herhaaldelijk op de Egyptische v. 9 uitgedrukt in den vorm van eenen

monumenten voorgesteld. wensch. _ . .

<s\ Thans laat, ook naar de Vulgaat, *) Een nieuwe God is hier elke an-

de dichter God spreken; deze verloste dere dan de oude God van v. 11. het volk uit de kwelling, waarin het, 9) Gelijk een vogel zulks doet met door Pharao achtervolgd, verkeerde bij fijne jongen. Een treffend zinnebeeld

de Roode Zee; daar daalde God neder van vaderlijke liefde, maar ook van

•vel Ps XVII 12) in de verborgenheid \ kinderlijk verlangen en vertrouwen. van' den storm, d. L in een donkere «•) Bi liet hen naar hunne verstoktwolk, die zich met storm ontlastte over heid aan hunne booze driften voldoen,

de Egyptenaren (vgl. Exod. XIV 19, | Vgl. Rom. I 24.

Sluiten