Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Dominus narrabit in scripturis populorum, et principum: horum, qui fuerunt in ea.

7. Sicut laetantium omnium habitatio est in te.

6. De Heer zal gewagen in schriften van volken en vorsten, van wie daar geboren zijn6).

7. Als van juichenden is aller woning in u7).

PSALMUS LXXXVLI.

PSALM LXXXVII.

Smeekgebed van eenen ongelukkige.

Ood verhoore het volhardend gebed van den lijder (v.2-3)! Beweegredenen. Eerste: omvang zijner kwalen (v. 4-10*); tweede: Gods eer eischt verhooring (v. 10b—13); derde: vurig bidt de Psalmist, en langdurig en groot is zijn lijden (v. 14—19).

1. Canticum Psalmi,

Filiis Core, in finem, pro Maheleth ad respondendum, intellectus Eman Ezrahitse.

2. Domine Deus salutis mea»: in die clamavi, et nocte coram te.

•) De vermoedelijke zin is: in de naamlijsten, waarin volken en vorsten opgesomd worden als burgers der stad, zal God vermelden, dat zn ware toderen van Jerusalem zijn; daaruit blijkt dan, dat zij de eeuwige wereldstad is. Hebr.: «Bij het opschrijven der volken

zal de Heer te boek stellen: aeze is daar geboren». .

q De zin is: dat zn in Jerusalem opgenomen zijn, zal hun grootste geluk wezen. Het Hebr. kan beteekenen: «en zingend en dansend (zullen zij zeggen): al mijne bronnen (van heil en geluK vind ik) in u». . , . t ,a

In hoogeren zin (zie noot 1) is

de samenhang van den Psalm naar de HH. Vaders als volgt (v. 1): de apostelen, de grondslagen der Kerk, het nieuwe Jerusalem, zijn gevestigd op den hoeksteen, Christus; (v. 2) God heeft haar uitverkoren boven de Synagoge;- (v. 3) roemrijk is haar oorsprong, haar geschiedenis, haar bestemming; (v. 4—5) alle volken komen tot haar en worden hare kinderen; baar eerstgeborene is de Godmensen; (v. b) in het boek der uitverkoren volken en vorsten zal Hij van hen getuigen, dat zij ware kinderen zijner Kerk zijn, en (v. 7)

1. Een Psalmlied.

Van de zonen van Core. Tot het einde. Op Maheleth. Om te antwoorden. Tot onderrichting. Van Eman, den Ezrahiet1).

2. O Heere, God mijns heils, bij dag en bq nacht roep ik voor U2)!

dezen zullen (als kinderen der zegepralende Kerk) eeuwige vreugde genieten.

») Zie Psalm XLI noot 3; IV noot 1; Lil noot 2 en XXXI noot t. Om te antwoorden is misschien zooveel als

beurtzang of als: Psalm om Orod tot een antwoord, d. i. tot hulp, te bewegen. Eman en Ethan (Ps. LXXXVI1Ï 1> worden herhaaldelijk vermeld als Levieten, zangers en wijze mannen. I Par. II 6 is sprake van de Ezrahieten (of

rT„„„ï„.„„\ rUhan «1 Hpitljll Uit den

stam van Juda. Hoe het opschnftden Psalm eerst aan de tonen van Core, en vervolgens aan Eman, den Ezrahiet tnouhrnvan is nipt met zekerheid

te verklaren. Sommigen meenen, dat

Van de zonen van vore, neiwein uu& hoven Ps. LXXXVIII staat, hier bq

vergissing herhaald werd. De Septuav,QQft- „in TCmnn. den Israëliet».

Oo* ïürion «lat tnt dezen Psalm aanlei¬

ding gaf, 'was dat van eenen persoon, niet van het volk; of de uitdrukkingen

op eene UchamenjKe Kwaai |gevanëci.„„u„„ n„i.o>o>>hhmii of hlindheid) doe-

i„„ ntma1 olorioolHanrnnlr dienen te wor-

Anrrovoi ia mneieliik te beslissen.

n uTin^a 'heils. A. L die mii kan

Sluiten