Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Et intelligam in viaimmaculata, quando venies ad me.

Perambulabara in innocentia cordis mei, in medio domus meas.

3. Non proponebam ante oculos meos rem injustam: facientes prsevaricationes odivi.

Non adhsesit mihi

4. Cor pravum: declinantem a me malignum non cognoscebam.

5. Detrahentem secreto proximo suo, hunc persequebar.

Superbo oculo, et insa tiabili cor de, cum hoe non edebam.

6. Oculi mei ad fideles terras ut sedeant mecum: ambulans in via immaculata, hic mihi ministrabat.

7. Non habitabit in medio domus meae qui facit superbiam: qui loquitur iniqua, non direxit in conspectu oculorum meorum.

8. In matutino interficiebam omnes peccatores terras: ut disperderem de civitate Domini omnes operantes iniquitatem.

David tot koning gemaakt, en Gods straffende gerechtigheid had hem recht verschaft; daarom zal hij vooral die eigenschappen Gods bezingen en prijzen, te meer omdat hij daarin Gods evenbeeld moet en wil zijn.

") Acht geven enz., d. i. ik zal mij toeleggen op rechtschapenheid, als Oij tot mij komt, d. i. misschien: als Gij mij, zooals ik het verwacht, bijstaat met uwe genade en hulp. De Septuagint heeft: «Wanneer komt Gij tot mij» ? d. i., naar den H. Athanasius en anderen, misschien: kom weldra (met de Ark uit Obededom's huis naar Sion) en bescherm mij door uwe tegenwoordigheid. Hetgeen volgt is dan een beweegreden om zulks te doen.

*) In mijn bijzonder en huiselijk leven.

*) Om er welgevallen aan te hebben en het te plegen ; m. a. w. ik verafschuw het ten zeerste.

I 2. en ik zal acht geven op eenen vlekkeloozen weg, als Gq tot mij komt3).

Ik wandel in de onschuld van mijn hart, in het'binnenste mijns huizes*).

3. Geen onrecht stel ik mij voor oogen6); die wanbedrijven plegen haat ik.

Mij hangt geen

4. ^ verkeerd hart aan6); die van mij afwijkt, den boosaardige, ken ik niet7).

5. Die zijnen naaste in het geheim belastert, dien vervolg ik.

Wie trotsch van oog en onverzadelijk van harte is, met dien neem ik geen spijs8).

6. Mijne oogen vallen op de getrouwen in den lande, opdat zij zich bij mij nederzetten. Wie eenen onberispelijken weg bewandelt, die dient mij*).'

7. In het binnenste mijns huizes zal hij niet wonen, die hoovaardigheid bedrijft; wie kwaad spreekt houdt geen stand voor mijne oogen.

8. Des ochtends dood ik alle zondaren der aarde, om uit de stad des Heeren allen uit te roeien, die ongerechtigheid begaan10).

*) Ik houd geen gemeenschap met verkeerden. Naar den grondtekst is het zinverband: het overtreden haat ik; het mag mij niet aankleven; een verkeerd hart moet van mij wijken: booshartigheid (den booshartige) wil ik niet kennen.

') Ik ken, d. i. bemin, hem niet, maar veracht hem.

8) Met zoo iemand ga ik niet vertrouwelijk om.

8) De getrouwen, die naar recht en plicht handelen, kies ik uit om zich als mijne dischgenooten en mederechters bij mij neder te zetten en mij te dienen.

10) Des ochtends, d. i. eiken ochtend, met waakzaamheid en ijver.

— Wat in dezen Psalm gezegd wordt van David, geldt in hoogere mate, zegt Bellarminus, van Christus, die in den ochtend (v. 8) van het toekomstig leven alle zondaars met den eeuwigen dood zal straffen en ze voor eeuwig uitsluiten

Sluiten