Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89. Expandit nubem in protectionem eorum, et ignem ut luceret eis per noctem. Exod. XIII 21; Ps. LXXVH 14; I Cor. X 1.

40. Petierunt, et venit cotnrnix: et pane cceli gaturavit eos. Exod. XVI18.

41. Dirupit petram, et f luxer unt aquse: abierunt in sicco flumina; Num. XX 11.

42. Quoniam memor fuit verbi sancti sui, quod habuit ad Abraham puerum suum. Gen. XVII 7.

43. Et eduxit populum suum in exsultatione, et electos suos in la> titia.

44. Et dedit illis regiones gentium: et labores populorum possederunt:

45. Ut custodiant justificationes ejus, et legem ejus requirant.

, 39. Hij spande eene wolk uit tot hunne beschutting, en een vuur om voor hen te lichten bq nacht.

40. Zij baden, en er kwamen kwar, tels, en met brood des hemels verzaadde Hij hen»5).

41. Hij spleet eene steenrots en wateren vloeiden, stroomen vloeiden heen door het droge.

42. Want gedachtig was Hij aan zijn heilig woord, dat Hij had gesproken tot Abraham, zijnen dienst-

43. En Hij voerde zijn volk uit in jubel en zqne uitverkorenen in blijdschap.

44. En Hij gaf hun de landen der heidenen, en zij namen bezit, van den arbeid der volkeren-7),

45. opdat zij zijne verordeningen j opvolgen zouden en naar zijne Wet I zouden vragen28).

*-) Vgl. Ps. LXXVJJ noot 15.

*•) Afle wonderen, die Hij in de woestijn verrichtte, dienden om Israël naar en in het land te geleiden, dat Hij aan Abraham en zijn nakroost beloofd had. J &

*") Van den arbeid, d. 1. van alles wat de volkeren van Chanaan door hunnen arbeid verworven hadden, nl. hunne 6teden, landerijen en andere bezittingen. . _

,s) Naar de Wet vragen is ze steeds nauwkeuriger trachten te kennen en te vervullen. Het doel van Gods weldaden was, dat Israël trouw zou zqn aan het verbond, gelijk God zulks steeds geweest was. Daartoe spoort dan ook de Psalmist in dit slotvers

aan. In den grondtekst sluit het met •-alleluia». ' ,

— Wat de Psalmist naar de letter den Israëlieten fat herinnering brengt omtrent Gods beloften, wonderen en leiding door de woestijn naar het Beloofde Land, legt Dionysius Carthusianus uitvoerig m geestelijken zin uit van de beloften, werken en wonderen, die Christus deed en doet voor zijne Kerk en voor hare leiding door deze wereld naar het Rijk der hemelen. Dat alles dient de Christenen aan te sporen om Hem te loven, zijne voorschriften te onderhouden en, zooals de H. Augustinus hier zegt, als zonen der belofte Hem als hun eeuwig erfdeel te beminnen.

Sluiten