Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Ego dixi in excessu meo: ! Omnis homo mendax. Rom. III 4.

12. Quid retribuam Domino, pro omnibus, quae retribuit mihi?

13. Calicem salutaris accipiam: et 1 nomen Domini invocabo.

14. Vota mea Domino reddam ; coram omni populo ejus:

15. Pretiosa in conspectu Domini j mors Sanctorum ejus:

16. O Domine quia ego servus tuus: ego servus tuus, et filius aneillse turn.

Dirupisti vincula mea:

17. Tibi sacrificabo hostiam laudis, et nomen Domini invocabo.

18. Vota mea Domino reddam in conspectu omnis populi ejus:

19. In atriis domus Domini, in medio tui Jerusalem.

uit, zelfs toen ik bovenmate in druk was. Naar den grondtekst kan men vertalen: «ik geloof (ook) als ik moet zeggen: Dx ben bovenmate in druk».

3) Onder dien druk, die mij uitzinnig van smart of, naar het Hebr., angstig, gejaagd maakte, zeide ifc: de hoop op de hulp eens menschen is bedrieglijk; des te meer rekende ik echter op den Heer, en Hij hielp mij dan ook. Wat zal ik Hem (v. 12) daarvoor vergelden?

*) De zin kan zijn: met een dankbaar hart zal ik den beker des heils. d. i. het gelukkig lot, dat God mij schenkt (of alles wat Hij tot mijn heil beschikt) uit zijne hand aannemen. \ olgens sommigen: bij het offermaal, waarmede de vervulling mijner geloften zal gepaard gaan (v. 14), zal ik den beker van dankzegging voor het mij geschonken heil opnemen en daarbij den naam de» Heeren prijzend aanroepen. VgL Psalm X noot 6.

q Vgl. Psalm XXI noot 28. Voor

LI. Dx zeide in mijne uitzinnigheid: dke mensch is bedrieglijk9). L2. Wat zal ik den Heer ver geilen voor alles wat Hij mij bewezen ïeeft?

13. Den beker des heils zal ik nemen en den naam des Heeren aanroepen4).

14. Mijne geloften zal ik den Heer vervullen ten aanschouwen van al zijn volk5).

15. Kostbaar is in de oogen des Heeren do dood zijner heiligen*). 16.0 Heer! ik ben uw dienstknecht, uw dienstknecht ben ik en de zoon uwer dienstmaagd.

Verbroken hebt Gij mijne boeien!

17. U zal ik een lofoffer opdragen en den naam des Heeren zal ik aanroepen.

18. Mijne geloften zal ik den Heer vervullen ten aanschouwen van al zijn volk,

19. in de voorhoven van het huis des Heeren, in uw midden, Jerusalem

I Gods klaarblijkelijke hulp wfl hij in het openbaar zijnen dank.betuigen en daardoor tevens Gods volk aansporen om zich bij hem aan te sluiten. De reden, waarom God op die dankbetuigingen een bijzonder recht heeft, volgt in v. 15. •) De Heer behoedt zijne heiligen,

' d. i. de vrome Israëlieten; want hun dood is kostbaar m» zijne oogen en Hij laat dus hunne vijanden niet naar willekeur daarover beschikken. Zoo ge-

1 beurde het dan ook met den Psalmist;

i immers (v. 16) Hij heeft zijne boeien (of die des volks; zie noot 1) verbroken, d.L hem van verdrukking en ondergang bevrijd, omdat hij, als de dienstknecht des Heeren, een zijner heiligen is. Zie

i Psalm LXXXV noot 9.

II Cor. IV 13 haalt de Apostel

den aanhef van dezen Psalm aan om er op te wijzen, dat zijne onverschrokken verkondiging van het Evangelie te

I midden der gtvaren, die hem bedreigen,

i een uitvloeisel is van zijn geloof, met

! name aan de zekerheid der verrijzenis.

Sluiten