Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALMUS CXVHI. PSALM CXVIII.

Voortreffelijkheid van Gods Wet.

Gods Openbaring of Wet dient bemind en nageleefd te worden, omdat tij van onschatbare, onvergankelijke waarde is, gelijk Ood zelf, die ze heeft bekend gemaakt; omdat zij voor kwaad behoedt en ware wijsheid geeft; omdat zij Gods zegen brengt over al wie ze naleeft. Daarom overweegt en bemint de Psalmist ze; hij ijvert tegen alle kwaad; hij tracht zelf Gods Wet te onderhouden en vraagt genade om in zijne trouw te kunnen volharden. Wel wordt hij zwaar beproefd en vervolgd; maar Gods Wet is zijn troost en steun, te meer daar At)' weet, dat de boozen niet aan Gods gerechtigheid zullen ontsnappen. Ook is hij dankbaar gestemd jegens God, niet alleen voor alle andere weldaden, maar ook voor zijne beproevingen, want deze dienen tot zijne volmaking. — Deze algemeene inhoud wordt, alhoewel niet in dien samenhang, uiteengezet in 22 groepen van telkens 8 verzen. Boven elke groep staat, naar de volgorde van het Hebreeuwsche alphabet, de letter, met welke in den grondtekst elk vers van die groep begint.

Aleph.

Wel hem, die de Wet met zorg en liefde onderhoudt (v. 1—2) en niet handelt gelijk de boozen (v. 3), want God wü, dat men ze nauwgezet in acht neemt (v. 4). Dat wensch ik dan ook te doen (v. 5) tot mijn heit (v. 6). Gode zij dank, dat ik ze ken (v. 7); met zijne genade wil ik te onderhouden (v. 8).

Alleluia.

1. Beati immaculati in via: qui ambulant in lege Domini.

Alleluia1). 1. Gelukkig zq, die onberispelijk op den weg zijn, die wandelen in de Wet des Heeren.

') Lu dezen Psalm, een parelsnoer of rozenkrans van spreuken, vermaningen en gebeden, worden door Wet de gezamenlijke voorschriften van den geopenbaarden godsdienst bedoeld, vooral die, welke in den Pentateuch vervat zijn; zij wordt in elk vers van dezen Psalm (behalve in v. 84, 91 en 122) genoemd, en wel met verschillende namen, naar het verschillend oogpunt, onder hetwelk men ze kan beschouwen. Zij heet woord of uitspraak (verbum, sermo, eloquium) als uitdrukking van Gods wil en beloften bij monde van Moses en de profeten; Wet (lex) als blijvende, alle Israëlieten verplichtende, heilbrengende levensregel; gebod, bevel of voorschrift (mandatum), in zoover ieder daaruit verneemt, wat hij bijzonder te doen heeft; getuigenis (testimonium), omdat zij een blijk is van Gods wezen

i en van zijnen heiligen, onveranderlJjken wil; weg (via) of baan des Heeren, zijner getuigenissen, der waarheid, of voetpad (semita) der geboden, omdat zij den mensch ten richtsnoer dient om tot zijne bestemming te komen; verordeningen (justificationes), omdat zij eene uiting is van datgene, wat God voor rechtvaardig houdt en wat tot gerech¬

tigheid brengt; ooraeei yuuiciiuu; ui gericht, als uitvloeisel van den wil des oppersten Rechters, die weet te loonen en te straffen; gerechtigheid (justitia, aequitas), als uitdrukking der rechtvaardigheid Gods, van welke alle orde in de wereld, alle loon en straf uitgaat; oordeelen der gerechtigheid (judicia justitiae), als rechterlijke bepaling van recht en onrecht, loon en straf; waarheid (veritas), als uitdrukking van Gods waarheid of trouw in het vervul-

Sluiten