Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

segetes, ibi manifests est fortitudo bovis.

5. Testis fidelis non mentitur: profert autem mendacium dolosus testis.

6. Quaerit derisor sapientiam, et non invenit: doctrina prudentium facilis.

7. Vade contra virum stultum, et nescit labia prudentie.

8. Sapientia callidi est intelligere viam suam: et imprudentia stultorum errans.

9. Stultus illudet peccatum, et inter justos morabitur gratia.

10. Cor quod novit amaritudinem animas suse, in gaudio ejus non miscebitur extraneus.

11. Domus impiorum delebitur: tabernacula vero justorum germinabunt.

i oogst is, daar ontwaart men de kracht van het rund1).

5. Een waarheidlievend getuige liegt niet; maar een onbetrouwbaar getuige spreekt leugentaal5).

6. De spotter zoekt wijsheid, maar vindt ze niet; de onderrichting der

I verstandigen is gemakkelijk6). I 7. Treed op tegen een dwaas mensch, I en.... hij verstaat geen verstandige ! taal7).

i 8. De wijsheid van den verstandige is zijnen weg te kennen, maar het onverstand der dwazen verdoolt8).

; 9. De dwaze spot met zonde, maar onder de rechtvaardigen woont welgevallen9).

I 10. Het is het hart, dat de eigen

! zielesmart kent, in zijne vreugde

| kan een vreemde niet deelen10). 11. Het huis der goddeloozen zal

! verwoest worden; maar de woontenten der rechtvaardigen zullen

I bloeien11).

4) Opdat de kribben, de schuren ge-1 vuld mogen worden bij rijken oogst, moet de kracht der runderen gebruikt, j het land bearbeid worden. De HH. Vaders passen deze spreuk ook toe op de predikers van het Evangelie, die door hunnen apostolischen ijver eenen rijken zielenoogst moeten voorbereiden

*) Die in het dagelijksch leven gruwt van leugentaal, zal ook voor het gerecht der waarheid hulde doen; maar die leugenachtig van aard is, ziet ook in het gerecht niet op tegen eene valsche getuigenis; vgl. XII 17.

°) De vrijgeest, die spot met God en alle hoogere waarheid, zoekt tevergeefs in het aardsche, in de ijdelheid enz. de waarheid, die alleen in God te vinden is; en toch, gelijk de grondtekst duidelijker zegt, den deugdzame valt het niet lastig, door de vreeze des Heeren geleid, tot de kennis van alle godsdienstige en zedelijke waarheid te komen.

') Vergeefsche moeite is het eenen dwaas te willen onderrichten; beproeft gij dit, het zal u spoedig blijken, dat hij geen verstandige taal verstaat. Het Hebr. geeft denzelfden zin: «Ga weg van een dwaas mensch, en gij hebt niet leeren kennen lippen van verstand».

I 8) De wijsheid van den verstandige bestaat daarin, dat hij zijnen weg, zijn I doel, kent, en, recht daarop afgaande, dat doel gemakkelijk bereikt; het onverstand der dwazen verdoolt, Hebr. is bedrog, d. i. brengt hem op dwaalwegen, doet hem zijn doel missen en bedrogen uitkomen.

') De dwaze spot met zonde, maar daarom vindt hij ook niet, gelijk de vromen, het welgevallen van God. Hebr. wellicht: «Het zoenoffer lacht met de dwazen», een zoenoffer door goddeloozen opgedragen baat hun niet, omdat de ware gesteltenis van schuldbesef, rouw en boete ontbreekt.

10) Hoe troostrijk het ook moge zijn bij vreemden deelneming te vinden in leed en smart, de innigste gewaarwordingen der ziel kent en gevoelt slechts het eigen hart Vgl. I Cor. II 11.

") De goddeloozen, die slechts streven naar tijdelijke goederen en aardsch geluk, zien zich dikwerf reeds bij hun leven, maar zeker bij den dood van alles beroofd; de rechtvaardigen, overtuigd, dat zij hier geene blijvende woonstee hebben, zien hunne woontentcn bloeien, als zij worden opgenomen in het hemelsch Jerusalem.

Sluiten