Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligit rixas: et qui exaltat ostium, quaerit ruinam.

20. Qui perversi cordis est, non inveniet bonum: et qui vertit linguam, incidet in malum.

21. Natus est stultus in ignominiam suam: sed nee pater in f atuo laetabitur.

22. Animus gaudens aetatem floridam facit: spiritus tristis exsiccat ossa. Supra XV 13 et XVI 24.

23. Munera de sinu impius accipit, ut pervertat semitas judicii.

24. In facie prudentis lucet sapientia : oculi stultorum in finibus terra?. Ecelee. II14 et VIII 1.

25. Ira patris, filius stultis: et dolor matris quae genuit eum.

26. Non est bonum, damnum inferre justo: nee percutere principem, qui recta judicat.

van twisten; en die zijne deur hoog maakt, zoekt den ondergang19).

20. Die verdorven van harte is, zal geen geluk vinden; en die zijne tong verdraait20), zal neerstorten in ellende.

21. De dwaas is geboren tot zijne schande*1); maar ook de vader zal geene vreugde hebben aan een dwaas kind.

22. Een vroolijk hart geeft bloeiende levensjaren; een neerslachtige geest maakt de beenderen dor**),

23. De goddelooze neemt geschenken aan uit den boezem28), om te krommen de paden des rechts.

24. Op het gelaat van den verstandige straalt de wijsheid; de oogen der dwazen staren op de uiteinden der aarde24).

25. Een dwaze zoon is eene kwelling voor zijnen vader, en een hartzeer voor de moeder, die hem het leven schonk*5).

26. Het is niet goed nadeel te berokkenen aan den rechtvaardige; noch de hand op te heffen tegen den vorst, die naar gerechtigheid vonnist*6).

") Die zint op oneenigheden, houdt van twisten, Hebr. «hij houdt van ongerechtigheden, die houdt van twisten». Want zucht naar twisten is aanleiding tot velerlei ongerechtigheden en bereidt daardoor eenen wissen ondergang. Eveneens zal hij zeker ten val komen, die in ijdele hoovaardij zijne deur hoog maakt, boven zijnen staat wil leven.

n) Die zijne tong verdraait, d. i. die dubbeltongig, valsch van tong is; vgl. VIII 13; X 31; XI 20.

") Hebr. «Die aan eenen dwaas het leven schonk, dien is het tot hartzeer, en de vader» enz. Waarschuwing aan de ouders, om met het oog op hun eigen geluk hunne kinderen op te voeden in wijsheid en deugd. Vgl. X 1; XV 20.

") Vgl. XV 13; XVI 24. Ook voor het geestelijk leven eene les van hoog gewicht: ware opgeruimdheid stelt den mensch tot hooge deugdoefening in staat, terwijl misplaatste, ongeregelde neerslachtigheid aanleiding geeft tot

veel verzuim en vele zonden.

") Uit den boezem doelt op de wijde plooien van het Oostersch gewaad, waarin heimelijk de geschenken bewaard werden, die den trouweloozen rechter werden aangeboden; vgl. v. 8; Exod. XXIII 8; Eccli. XX 31; Is. 123. Anderen meenen: de goddelooze rechter, belust op geschenken, tast in die plooien om het geschenk er uit te halen.

u) De hemelsche wijsheid, waarop de rechtvaardige altijd het oog gevestigd houdt, werpt, eenen glans van rust, geluk en vreugde op zijn gelaat; maar de dwaze vindt nergens een rustpunt; strak staren zijne oogen in het vage, eindelooze heen, en geven aan zijn gelaat eene uitdrukking van vreeselijke onzekerheid en deerniswekkenden twijfel. VgL XIV 6; Eccl. VIII 1.

») Vgl. v. 21; X 1; XV 20.

*•) Eene spreuk voor overheid en onderdanen: de overheid moet strikt rechtvaardig zijn en de onschuld beschermen ; daarin vindt zij eenen waar-

Sluiten