Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPÜT X.

HOOFDSTUK X.

Dwaasheid vermag ten kwade meer dan wijsheid ten goede fv. 1). Een dwaas ^^^T-^ÏT^ ^^schuwing omzijLvLnZaardU toLtf 11 f-? Van VeU verkeerdheden, die God beschikt of

,1a TL ? rnoexhjke omstandigheid is wijsheid en beraad noodig V~ , fa preken der dwazen is noodlottig voor hen en voor anaeren fv. 12—16). Waarschuwing tegen vadsigheid en weelde fv. 16—20).

1. Musea? morientes perdunt suavitatem unguenti. Pretiosior est sapientia et gloria, parva et ad tempus stultitia.

2. Cor sapientis in dextera ejus, et cor stulti in sinistra illius.

3. Sed et in via stultus ambulans, cum ipse insipiens sit, omnes stultos aestimat.

4. Si spiritus potestatem habentis ascenderit super te, locum tuum ne dimiseris: quia curatio fa niet ««.

sare peccata maxima.

5. Est malum quod vidi sub sole, quasi per errorem egrediens a facie principis:

') De vergelijking geeft te kennen, in verband met IX 18è, hoe noodlottig eene weinig dwaasheid is. Hebr.: «Vliegen des doods», d. i. (naar de Septuag.) «doodelijke» of vergiftige «vliegen». In het tweede halfvers wordt naar de Vulgaat, de Syrische en de Chaldeeuwsche vertalingen de voorkeur gegeven aan een weinig prijsbare dwaasheid (volgens den H. Hiëronymus, de eenvoudigheid der vromen) boven (valsche) wijsheid en (ijdele) eer. Doch in plaats van kostelijker kan het Hebr. ook beteekenen: «gewichtiger», en dan is de zin, dat een weinig dwaasheid meer ten kwade uitwerkt, dan wijsheid en roem ten goede. En zóó verklaarde het de Prediker IX 18. Wijsheid wordt hier, gelijk in IX 13—18, in eigenlijken en goeden zin genomen.

») De zin is: Het hart, d.i. het verstand en de wil, des wijzen streeft naar al wat goed en deugdzaam is, terwijl.de dwaas immer bedacht is om kwaad te doen.

*) Als de dwaas op den openbaren

1. Doode vliegen bederven de welriekendheid van de zalfolie. Kostelijker dan wijsheid en eer is eene geringe en kortstondige dwaasheid1)

2. Het hart van den-wijze keert zich naar zijnen rechterkant, en het hart van den dwaas naar zijnen linkerkant2).

3. En ook als de dwaas op den weg wandelt, boudt hij, daar hij zelï onwijs is, allen voor dwazen»).

4. Als het geblaas van dengene, die macht heeft, zich tegen u verheft, verlaat uwe plaats dan niet, want gelatenheid doet zeer groote zonden ophouden4).

5. Er is een kwaad, dat ik gezien heb onder de zon, en dat als bij vergissing uitgaat van het aangezicht des vorsten5):

weg wandelt, d. i. overal waar hij zich vertoont, «ontbreekt het hem aan verstand». Deze woorden van den grondtekst zijn in de Vulgaat uitgevallen; zie v. 15. Het tweede halfvers kan naar het Hebr. beteekenen: «en hij (de dwaas) zegt aan ieder, dat hij een dwaas is», m. a. w. hij openbaart zich aan ieder als een dwaas.

*) Als het geblaas, d. i. het opbruisen van den toorn, des trotschen en drlftigen gebieders zich tegen u verheft, laat u daardoor niet van uwe plaats, d. i. van uwen gemoedstoestand, afbrengen, m. a. w. verlies uwe kalmte niet, waut gelatenheid van den verdrukte voorkomt vele zonden, waarin hij anders door ongeduld en verbittering bij verdrukking zou vallen. In de yolg. verzen erkent de Prediker, dat er inderdaad vele misstanden en ongerechtigheden zijn. welke, bij gebrek aan gelatenheid en zelfbeheersching, tot ongeduld en verbittering kunnen leiden.

') De vorst, van wien als bij vergis-

Sluiten