Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. Stultus verba multiplicat. Ignorat homo quid ante se fuerit: et quid post se futurum sit, quis ei poterit indicare?

15; Labor stultorum affliget eos, qui nesciunt in urbem pergere.

16. Va tibi terra, cujus rex puer est, et cujus principes mane comedunt. is. m 4.

17. Beata terra, cujus rex nobilis est, et cujus principes vescuntur in tempore suo ad refieiendum, et non ad luxuriam.

18. In pigritiis humiliabitur contignatio: et in infirmitate manuum perstillabit domus.

19. In risum faeinnt nnnom at

vinum üt epulentur viventes: et pecunia? obediunt omnia.

20. In cogitatione tua regi ne detrahas, et in secreto cubiculi tui ne maledixeris diviti: quia et aves cceli portabunt vocem tuam, et qui habet pennas annuntiabit sententiam.

14. De dwaas spreekt vele woor-

mu~f. ue mensen weet niet, wat er vóór hem geweest is»); en wat na hem zal zijn, wie kan het hem bekend maken?

15. De arbeid der dwazen valt hun lastig, terwijl zij naar de stad met weten te gaanu).

16. Wee u, land, weüts koning een knaap is, en welks vorsten des morgens vroeg maaltijd houden18)!

17. Gelukkig het land, welks koning een edele is, en welks vorsten op hun tijd maaltijd houden om zich te versterken en niet tot overdaad.

18. Door aanhoudende vadsigheid zakt de zoldering in, en door slapheid der handen wordt het huis leku).

19. Tot VerlUStlVincr snhafr mar.

brood en wijn om, zoolang men leeft, feest te vieren; en aan het geld is alles onderdanig»). 20. Laster in uwe gedachte den koning niet, en spreek geen kwaad van den rijke in het binnenste van uw slaapvertrek; want ook de vogels des hemels zullen uw geluid overbrengen, en wat vleugelen heeft, zal het gezegde verraden.

) Hij spreekt veel en over alles, alsof hg alles wist, zonder indachtig te zip, dat het weten van den mensch binnen enge grenzen beperkt is, gelijk verder gezegd wordt.

") Naar het Hebr. en de oude Gneksche vertalingen: «wat er zijn zal», m. a. w. wat Gods raadsbesluiten voor de toekomst inhouden. Vgl VIII7.

") De arbeid der dwazen, die zich afmatten om de wegen der Voorzienigheid, zelfs voor de toekomst, te doorvorschen, schaadt hön zelf en is ijdel en nutteloos. Want ook de eenvoudigste dingen (als voorbeeld noemt de Prediker den door ieder gekenden openbaren weg, die stadwaarts voert) gaan het begrip van den dwaas te boven.

/') Hiermede begint de waarschuwing tegen een vadsig en weelderig

leven (v. 16—19). Zij* wordt in voorbeelden en gelijkenissen gegeven. Wat kwaad hierdoor aan bet volk wordt berokkend, toont de Prediker uit het voorbeeld van een koning, die als een knaap, onervaren en lichtzinnig, met zijne vorsten of rijksgrooten op onbehoorlijke tijden brast en de staatsplichten verwaarloost. Hier tegenover staat in v. 17 het geluk van een land, dat bestuurd wordt door een edelen koning, wiens adeldom vooral in deugd en arbeidzaamheid bestaat, en door vorsten, die, op hun tijd passend, matig en werkzaam zijn.

") Zinnebeeldige voorstelling van het kwaad, dat de vadsigheid aan het huisgezin berokkent.

w) Met vadsigheid gaat wellustigheid gepaard vooral bij hen, die volop geld ter beschikking hebben.

Sluiten