Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen» XXI 2 ald ziet Joannes «de heilige stad, het nieuwe Jerusalem, nederdalende van trod uit den hemel, toebereid als eene bruid, die getooid is voor haren man», en v 9 volg. toont de engel hem van naderbij «de bruid, de vrouw des Lams», «de groote stad, het heilige Jerusalem, nederdalend

KmMxraiT)" (v' 10)" rEn de Geest en deBruid zeggen:

II Cor. XI 2 zegt Paulus: «Want ik heb ulieden verloofd aan éénen vaoo0on ,T *M*?cAe maagd u voor te stellen aan Christus». Ephes WM~£ r i- Vn iS hft,hoo,d der vrouw, gelijk Christus het hoofd der Kerk is.... Maar gelijk de Kerk onderworpen is aan Christus, alzoo ook de vrouwen aan hare mannen in alles. Mannen hebt uwe vrouwen hef, gelijk ook Christus de Kerk heeft liefgehad eA zich voor haar heeft overgeleverd, om haar te heiligen, haar reinigend door het bad des waters in het woord, om zelf aan zich zeiven de Kerk volheerlijk voor testellen, die geen smet of rimpel heeft of iets dergelijks maar opdat zij heilig zij en vlekkeloos.... Niemand heeft ooit zijn eigen XS° wehaaf' maar hii Yoedt en k<>estert het, gelijk ook Christus de Kerk. Want ledematen zijn wij van zijn lichaam, wij zijn van zijn vleesch en van zijn gebeente». Het laatste is zinspeling op Gen II 23 waar Adam zijne vrouw aanspreekt: «Dit is nu been van mijn gebeente

Vvïïï pT T J.?e8.C^' AcL XX 28 sPreekt dezelfde apostel van «ae Kerk Gods, die Hij zich verworven heeft door zijn eigen bloed»

De voorlooper des Heeren, Joannes de Dooper, verkondigde Christus als den Bruidegom. «Die de bruid heeft - zeide hij - is de bruidegom maar de vriend des bruidegoms, die staande naar hem luistert, is fielsJ« ™/£ d e\T desTTbruidegoms: deze mijne vreugde dan is mij

ten volle geworden» (Joan. III 29). J

JLnrl^™ Z6lf 1kendeJzi«h als 'd«* Bruidegom: «Kunnen de bruiloftsgasten treuren zoolang de bruidegom met hen is? Maar de dagen zullen

vasten» "Math LX15)°"* ^ ^ W)rdt we^enomen> en dan zullen zij

ar.mt^'^V bij de parabel van de vijf dwaze en vijf wijze maagden spreekt Hij van de bruiloft van het rijk der hemelen, waarbij Hn zelf de bruidegom is. En het bruiloftsmaal is volgens Matth. XXII 2 bereid door den Koning voor zijnen Zoon.

hH08// bT? befProken a"egorische verklaring van het Hooglied bij de Joden bekend en gangbaar was, kunnen deze teksten van het Nieuwe Testament niet anders worden opgevat dan als bevestiging en als hoogere opvoering van dezen zin. Omgekeerd konden althans enkele van deze teksten slechts worden verstaan indien de allegorischeVerklaring van het boek bekend was, b.v. Joan. III 29 en Matth IX 15 (welke laatste tekst ook bij Marcus en Lucas staat)

Uit het bovenstaande blijkt wel voldoende, dat de Kerk door hare leeraren en schriftverklaarders zeer terecht steeds aan de allegoriS «ThS^E h? H°0gHe,d iÖ bovengen°eniden zin heeft vastgehouden : ontïangen eenvoudlg wa* «j van Christus en de Apostelen heeft

Daarmede is niet gezegd dat het Hooglied niet óók een natuurlijken

Sluiten