Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immisisti illis multitudinem mutorum animalium in vindiotam: Infra XII 24.

17. Ut scirent quia per quas pecoat quis, per haec et torquetur.

18. Non enim impossibilis erat omnipotens manus tua, qua? creavit orbem terrarum ex materia invisa, immittere illis multitudinem ursorum, aut audaces leones, Leo. XXVI 22; Infra XVI 1; Jer. VIII17.

19. Aut novi generis ira plenas ignotas bestias, aut vaporem ignium spirantes, aut fumi odorem proferentes, aut horrendas ab oculis scintillas emittentes:

20. Quarum non solum laesura poterat illos exterminare, sèd et aspectus per timorem oocidere.

21. Sed et sine his uno spiritu poterant occidi persecutionem passi ab ipsis factis suis, et dispersi per spiritum virtutis tuas: sed omnia in mensura, et numero, et pondere disposuisti.

22. Multum enim valere, tibi soli supererat semper: et virtuti brachii tui quis resistet?

23. Quoniam tamquam momentum statera?, sic est ante te orbis ter-

baden13), zondt Gij op hen af eene menigte stomme dieren ter wrake,

17. opdat zij zouden inzien, dat men, waardoor men zondigt, daardoor ook getuchtigd wordt14).

18. Want niet onvermogend was uwe almachtige hand, die de wereld geschapen heeft uit ongeziene stof1&), om op hen af te zenden een drom van beren of drieste leeuwen,

19. of eene nieuwe soort14) grimmige onbekende dieren, die of een vurigen damp uitbliezen of stinkenden walm afgaven of schrikwekkende vonken uit de oogen schoten,

20. waarvan niet alleen de aanranding hen verdelgen, maar zelfs de aanblik van schrik dooden kon.

21. Dooh ook buitendien, door één ademtocht konden zij sneven, achtervolgd door hun daden zelf") en uiteengejaagd door den adem uwer macht; maar alles hebt Gij bij maat en getal en gewicht geregeld18).

22. Want veel te vermogen is U alleen altijd eigen, en wie zal de kracht van uwen arm weerstaan1*)?

23. Immers als de doorslag der weegschaal, zoo is voor U de gan-

") Een ander beginsel (zie noot 4) der goddelijke Wijsheid: zij straft den mensch door datgene, waardoor hij zondigde: v. 16, 17; zij vereerden ellendig gedierte; door dieren werden zij gestraft.

") De door de zonde gestoorde orde wordt op de meest doeltreffende wijze hersteld, als de straf wordt voltrokken door het voorwerp, waardoor men zicK heeft bezondigd.

") Ongeziene, onzichtbare, Gr.: «vormelooze» stof, den ongeordenden chaos (Gen. I 2); Vuig. doelt wellicht op de duisternis van Gen. I 2, volgens Gr.: ♦aoratos». Al is ook de Gr. uitdrukking aan Plato ontleend, toch volgt daaruit niet noodzakelijk, dat volgens den schrijver deze stof ongeschapen is

(vel. I 14); zie Inleiding.

") Nieuwe soort, Gr. «nieuw geschapen».

") Achtervolgd door hun daden zelf, Gr.: door de gerechtigheid (of de wraak Gods).

w) Gods wijsheid heeft alles volgens zijne bestemming nauwgezet geregeld en niets aan het toeval overgelaten; zoo was ook de straf evenredig aan de zonde: God wilde de Egyptenaren, die dieren vereerden, door dieren straffen (v. 17), en wel door kleiner gedierte (v. 18, dat hen niet aanstonds doodde), om hun tijd tot bekeering te geven (v. 24 volg.). f „

") Niet uit onmacht heeft God zulke straffen met kleine dieren voor, de Egyptenaren uitgekozen.

Sluiten