Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quae tegebatur tua manu, videntes tua mirabilia et monstra.

9. Tamquam enim equi depaverunt escam, et tamquam agni exsultaverunt, magnificantes te Domine, qui liberasti illos.

10. Memores enim erant adhuc eorum, quae in incolatu iilorum facta fuerant, quemadmodum pro natione animalium eduxit terra muscas, et pro piscibus eructavit fluvius multitudinem ranarum.

11. Novissime autem viderunt novam creaturam avium, cum adducti concupiscentia postulaverunt escas epulationis. Exod. XVI 13; Num. XI 31; Supra XVI 2.

12. Hi allocutione enim desiderii, ascendit illis de mari ortygometra: et vexationes peccatoribus supervenerunt, non sine illis, qua? ante facta erant, argumentis per vim fulminum: juste enim patiebantur secundum suas nequitias.

13. Etenim detestabiliorem inhospitalitatem instituerunt: alii quidem ignotos non rooipiebant advenas, alii autem bonos hospites in servitutem redigebant.

trok, gedekt door uwe hand en aanschouwende uwe wonderen en teekenen.

9. Want8) als rossen gingen zij ter weide, en als lammeren huppelden zij, U, Heer, ver heer lij kende, die hen hadt bevrijd.

10. Indachtig immers waren zij nog hetgeen tijdens hunne vreemdelingschap was gebeurd, hoe de aarde, in plaats van dieren te telen, muggen voortbracht en de stroom in plaats van visschen eene menigte kik vorschen opwierp').

11. En ten laatste zagen zij een nieuw geslacht van vogelen, toen zij, gedreven door begeerlijkheid, spijzen van lekkernij hadden gevraagd.

12. Want ter bevrediging van hun verlangen stegen voor hen kwakkelen op uit de zee10). En de kwellingen overvielen de zondaars niet zonder voorafgaande teekenen door het geweld van bliksemslagen11); rechtmatig toch leden zij overeenkomstig hunne boosheden.

13. Want afschuwelijk schonden zij de gastvrijheid; die anderen toch namen onbekenden bij hunne aankomst niet op, zij echter brachten weldoende gasten tot slavernij12).

*) Want, dat God wonderen voor Israël gewrocht had, bleek uit de vreugde en dankbaarheid van het volk. Gingen tig ter weide; anderen lezen: «hinnikten zij».

•) Hunne vreugde werd nog verhoogd door de herinnering aan de plagen, die Egypte hadden getroffen: in plaats van andere dieren scheen de aarde slechts muggen voort te brengen; anderen vertalen Gr.:_ «hoe in plaats van de (gewone) teling door dieren, de aarde (het stof) muggen voortbracht», Exod. VIII 17.

10) Kwakkelen, die de wind aanvoer de van de zeezijde (Num. XI 31); de XI S.

«) Bliksemslagen, Ps. LXXVI 17 volg., vgl. Exod. XIV 24 volg. De samenhang is als volgt: In tegenstelling met v. 12 a bracht de zee voor de

zondaars, de Egyptenaren, ondergang, maar niet zonder eene laatste waarschuwing Gods door bliksemslagen; hun ondergang was dus wel rechtmatig, door eigen schuld.

") Het bewijs dat de straf der Egyptenaren rechtmatig (v. 12) was: Zij schonden de gastvrijheid erger dan de bewoners van Sodoma, die onbekenden niet gastvrij ontvingen (Gen. XIX 1 volg.), terwijl de Egyptenaren gastvrienden verdrukten, die hunne weidoeners waren, omdat Joseph Egypte had gered van den hongersnood. Uit de omstandigheid, dat de Egyptenaren door bliksemstralen werden gestraft (v. 12) neemt de schrijver eene aanleiding om hen te vergelijken met de bewoners van Sodoma, die eveneens door hemelvuur werden gestraft.^ Volgens zijne gewoonte verzwijgt hij hun

Sluiten