Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

HET BOEK ECCLESIASTICUS van Jesus. Sirach's zoon.

PROLOGUS.

VOORREDE1),

Mültorüm nobis, et magnorum per legem, et prophetas, aliosque qui secuti sunt illos, sapientia demonstrata est; in quibus oportet laudare Israël doctrinae et sapientiae causa: quia non solum ipsos loquentes necesse est esse peritos, sed etiam extraneos posse et dicentes et scribentes doctissimos fieri. Avus meus Jesus, postquam se amplius dedit ad diligentiam lectionis legis, et prophetarum, et aliorum librorum, qui nobis a

') Als voorrede van den vertaler heeft dit stuk volgens sommigen geen canoniek gezag; anderen echter betwijfelen dit. Het is in de oorspronkelijke taal zeer zwaar van stijl en in de Latijnsche vertolking ten deele onjuist weergegeven. In het eerste gedeelte verhaalt de schrijver, met welk doel zijn grootvader het werk vervaardigde; in het tweede vraagt hij van den lezer aandacht en milde beoordeeling van zijne vertaling; in het derde deelt hij mede, wanneer, waar en hoe hij er toe kwam, het geschrift in het Grieksch te vertolken. — In sommige handschriften en uitgaven van Eccli. vindt men nog eene tweede voorrede, welke valschelijk aan den H. Athanasius wordt toegeschreven.

*) De andere gewijde schrijvers van het O. V.

") In Gr. vormt geheel het eerste gedeelte (tot aan Daarom vermaan ik) ééne periode, bestaande uit twee voorzinnen en een nazin. De eerste voorzin luidt woordelijk: «Daar ons door de Wet en de profeten en de anderen, die hen opvolgden, vele en groote dingen gegeven werden, om welke men de tucht en wijsheid van Israël behoort te prq-

Vam vele en groote dingen werd ons kennis verstrekt door de Wet, de profeten en de anderen, die hen opvolgden1), weswege men Israël dient te prijzen om zijne wetenschap en wijsheid8); want men moet onderstellen, dat niet enkel zij, die het woord voeren, bedreven zijn, maar ook, dat de uitbeemschen in woord en schrift zeer kundig kunnen worden4). Mijn grootvader Jesus5) had zich geruimen tijd vlijtig toegelegd op het lezen der Wet en der profeten en der andere boeken, ons door onze vaderen overge-

zen....», eerste reden, waarom, naar den schrijver, Sirachzoon zich toelegde op de Schrift en dan zelf besloot een leerzaam en stichtend werk te schrijven.

4) Tweede reden, naar Gr.: «(en) omdat het noodig is, dat niet enkel zij, die lezen, zelf toenemen in kennis, maar ook, dat de beoefenaars der wijsheid door woord en geschrift tieh nuttig kunnen maken voor de uitheemschen ...... Met de uitheemschen

zijn voornamelijk, zoo niet uitsluitend, de in de verstrooiing levende Joden bedoeld, die de Grieksche taal hadden aangenomen (zie noot 12 aan het einde). Sirachzoon scheef zijn werk in het_ Hebr., dns niet voor hen. Maar zijn kleinzoon vertolkte het te hunnen behoeve. Hij drukt dus hier meer zijne dan zijns grootvaders bedoeling uit, zoodat men aan het slot der periode verwacht: «en heb ik besloten het werk in het Grieksch uit te geven». Zoo de tekst der Vulgaat niet zeer bedorven is, heeft de Latijnsche vertaler den zin hier niet gevat.

*) Lees naar de Grieksche constructie: «daarom legde zich mijn grootvader .... toe op het lezen .... en besloot ......

I

I

Sluiten