Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30. Et erunt tibi compedes ejus in proteetionem fortitudinis, et bases virtutis, et torques illius in stolam gloria):

31. Decor enim. vita? est in illa, et vincula illius alligatura salutaris.

32. Stolam gloria) indues eam, et coronam gratulationis superpones tibi.

33. Fili, si attenderis mihi, disces: et si accommoda veris animum tuum, sapiens eris.

34. Si inclinaveris aurem tuam, excipies doctrinam: et si dilexeris audire, sapiens eris.

35. In multitudine presbyterorum prudentium sta, et sapientiae iilorum ex corde conjungere, ut omnem narrationem Dei possis audire, et proverbia laudis non effugiant a te. Infra VIII 9.

36. Et si videris sensatum, evigila ad eum, et gradus ostiorum illius exterrat pes tuus.

37. Cogitatum tuum habe in praeceptis Dei, et in mandatis illius maxime assiduus esto: et ipse dabit tibi cor, et concupiscentia sapientiae dabitur tibi. Ps. 12.

30. En hare boeien zullen u worden tot een sterke schuts [en een vasten grondslag], en haar halsbeugel tot een eerekleed24).

31. Want 's levens sieraad berust in haar, en hare boeien zijn banden des heils25).

32. Als een eerekleed zult gij haar aantrekken, en als een vreugdekroon u opzetten.

33. Mijn zoon, als gij luistert naar mij, zult gij leeren28), en als gij uwen zin er op richt, zult gij wijs worden.

I 34. Als gij uw oor neigt, zult gij haar [de leering] vernemen, en als gij met graagte luistert, zult gij wijs worden.

35. In den kring der [wijze] oudsten zij uw verblijf, en sluit u aan hunne wijsheid van harte aan, opdat gij al wat van God verhaald wordt moogt hooren en de spreuken des lofs u niet ontgaan27).

36. En ziet gij eenen wijze, houd nachtwake bij hem, en de treden zijner deuren moge uw voet uitslijten.

37. Zet uwe gedachten op de voorschriften Gods28) en met zijne geboden houd u gedurig bezig, en Hij zal u een hart geven29), en de begeerde wijsheid zal u geschonken worden.

**) De boeien der tucht, d. 1. hare u aanvankelijk lastige geboden, worden u tot een sterke schuts tegen de zonde, tot een vasten grondslag van geluk en hoop en tot een eerekleed voor uwe ziel.

**) Hebr.: «Een gouden sieraad is haar juk, en hare boeien (Hebr. möserothah, Zie noot 20) een purperen snoer*. De gedachte van v. 30 a wordt hier alsook nog in v. 32 door nieuwe beelden uitgewerkt. De zin der Vulgaat is, dat I de wijsheid den mensch eer en aanzien verleent en de wonden geneest, welke de zonde hem toebrengt. — De tegenstrophe (v. 33—37) leert, op hoedanige | wijze men de wijsheid verwerven kan.

") Hebr.: «Zoo gij verlangt, kunt |

gij onderricht worden». Niemand verwerft de wijsheid dan wie naar haar verlangt. Maar al wie naar haar verlangt kan haar verwerven. Hij behoeft slechts oor en hart voor haar te openen. Dje waarheid wordt ook v. 33 b en 34 ingeprent.

") Ten deele naar Gr., ten deele naar Hebr.: «In de vergadering der oudsten vat post, en aan wie wijs is sluit u aan. Naar elke rede luister gaarne en laat u wijze spreuken niet ontgaan». Al wat Vulgaat en Gr. meer hebben is verklarend toevoegsel.

™) Hebr.: «Let op de vreeze Gods».

") Hebr.: «en Hij zal uw hart (uw verstand) richten'.

Sluiten