Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit» et fructus sensus illius fideles ! sunt.

27. Vir sapiens implebitur benedictionibus, et videntes illum laudabunt.

28. Vita viri in numero dierum: dies autem Israël innumerabiles sunt.

29. Sapiens in populo hereditabit j honorem, et nomen illius erit vivens in aeternum.

30. Fili in vita tua tenta animam tuam: et si fuerit nequam, non des illi potestatem:

31. Non enim omnia omnibus expediunt, et non omni animae omne genus placet.

32. Noli avidus esse in omni epulatione, et non te effundas super omnem escam:

33. In multis enim escis erit infirmitas, et aviditas appropinquabit usque ad choleram.

34. Propter crapulam multi obierunt: qui autem abstinens est, adjiciet vitam.

ters zijn van hun volk, en de vruchten van hun verstand zijn blijvend18).

27. Een wijs man is rijk aan zegeningen, en wie hem zien prijzen hem19).

28. 's Menschen leven is telbaarheid van dagen, maar de dagen van Israël zijn ontelbaar.

29. De wijze verwerft onder zqn volk eere, en zijn naam blijft leven in eeuwigheid*0).

30. Mijn zoon, let in uw leven op u zelf, en is iets schadelijk, laat het dan niet de overhand krijgen21).

31. Want niet bekomt alles aan allen goed, en niet behaagt aan elkeen een en hetzelfde**).

32. Wees niet tuk op alle smullerij, en val niet gulzig aan op eiken schotel;

33. want uit veel eten ontstaat ziekte, en gulzigheid leidt tot braken.

34. Ten gevolge van onmatigheid -nin velen gestorven; wie echter

I matig is, verlengt zijn leven.

ie) Tegenover de twee soorten van wijzen, die van hunne wijsheid geen profijt hebben, plaatsen v. 25 én 26 twee andere, die er wel van genieten: wijzen, die voor zich zelf wijs zijn en daarom voor den duur huns levens den zegen der wijsheid ondervinden, en wijzen, die zich nuttig weten te maken voor hun volk en zoodoende nog na hun dood door hunne wijsheid nut stichten. Deze laatste gedachte wordt in de drie volgende verzen verduidelijkt.

19) Naar eene lezing van Hebr.: «Wie voor zich zelf wijs is, verzadigt zich met geneugten, en allen, die hem zien, prijzen hem gelukkig». Zijtte wijsheid brengt dus vrucht, maar enkel voor den duur zijns levens. Dat leven ech¬

ter is kort. Israël daarentegen blijft voortbestaan (v. 28). Wie daarom het heil van Israël bevordert, diens wijsheid levert blijvende vrucht op (v. 29).

so) Naar Hebr.: «Wie wijs voor zijn volk is, verkrijgt eere, en zijn naam blijft tot het eeuwige leven».-De ToIgende verhandeling (v. 30—XXXVJ.il 15) beveelt de zorg voor het behoud der gezondheid aan. Men moet vooreerst matig zijn (v. 30—34).

•i\ r- .<.- lanen d. F. in uwe wnze

van leven. Naar Hebr. luidt v. 30 6 duidelijker: «en zie wat u slecht bekomt, en gun het u niet».

••) Hebr.: en niet elkeen moet elke spijze kiezen».

Sluiten