Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et in fide sua probatus est propheta,

18. Et cognitus est in verbis suis fidelis, quia vidit Deum lucis:

19. Et invocavit Dominum omnipotentem, in oppugnando hostes ciroumstantes undique in oblatione agni inviolati. 1 Reg, VII 9, 10.

20. Et intonuit de coelo Dominus, et in sonitu magno auditam fecit vocem suam,

21. Et contrivit principes Tyriorum, et omnes duces Philisthiim:

22. Et ante tempus finis vita? sua? et sa?culi, testimonium pra?buit in conspectu Domini, et Christi, pecunias et usque ad oalceamenta ab omni oarne non acoepit, et non acCusavit illum homo. I Reg. XII 3.

23. Et post hoe dormivit, et notum feeit regi, et ostendit illi finem vita? sua?, et exaltavit vocem suam de terra in prophetia delere impietatatem gentis. I Reg. XXV 1.

") Zag genadig op Jacob (het volk van Israël) neder.. Intusschen schijnt de oorspronkelijke lezing te zijn geweest: «eD hij (Samuel) droeg zorg voor de tenten van Jacob», zinspeling op I Reg. X 17—25.

") Van dit in Gr. geheel ontbrekende vers is het eerste lid, zinspeling op I Reg. III 20 (zie de betreffende noot), echt en staat dan ook in Hebr.; het tweede komt alleen in de Vulgaat voor en schijnt andere vertaling van v. 17 o. In den zin van den vertaler wil het zeker zeggen dat Samuel zijne openbaringen van den waren God had.

") Naar den verbeterden tekst van Gr. (Hebr. is hier erg verminkt) zal men het slot der strophe aldus mogen lezen: «Ook riep hij tot God, terwijl de vijanden hem van alle kanten omringden, toen hij een zuiglam opdroeg, een volmaakt brandoffer voor Jahwe». Het laatste verslid, dat in de strophe niet kan gemist worden, is ontleend aan I

op Jacob16), en om zijne waarachtigheid werd hij een echt profeet bevonden.

18. [En hij betoonde zich in zijne woorden waarachtig, omdat hij zag den God des lichts") .1

19. En hij riep den Heer, den Almachtige, aan, toen bij de vijanden, die hem rondom benauwden, ging bevechten, en hij droeg een vlekkeloos lam op18).

20. En de Heer donderde van den hemel en deed in geweldig gedreun zijne stem hooren.

21. En hij versloeg de vorsten der Tyriërs19) en alle legerhoofden der Philistijnen.

22. En vóór zijn scheiden uit leven en tijd betuigde hij vóór het aanschijn van den Heer en den gezalfde, dat hij noch geld, noch zelfs maar schoenen van iemand had aangenomen; en er was niemand, die hem beschuldigde20).

23. En daarna ontslapen gaf hij nog den koning kondschap en maakte hein zijns levens einde bekend en verhief uit de aarde zijne stem om te voorspellen de uitdelging van de goddeloosheid des volks21).

Reg. VII 9.

lS) Hebr.: «der vijanden». De Grieksche vertaler verwisselde tsar (vijand) met tsor (Tyrus).

m) Naar den grondtekst met geringe verbetering: «En ten tijde dat hij zou (gaan) rusten in zijn graf, riep hij Jahwe en zijnen gezalfde tot getuige: «Van wien nam ik aan een geschenk, zelfs (maar) van een schoen (kopher oe-na°al)? En niemand kon hem antwoorden». Zie I Reg. XII 3 met noot 5 en Amos II 6, VIII 6.

") Het slot van den beurtzang, in de vertalingen verminkt en geglosseerd, schijnt naar den gezuiverden grondtekst te moeten luiden: «En tot aan zijn dood betoonde hij zich profeet, en zelfs na- zijn sterven werd hij geraadpleegd. En hij verkondigde den koning zijn lot en het uit de aarde zijne stem hooren»; zie 1 Reg. XXVHI. Het slot van v. 23 naar Gr. en Vulgaat schijnt eene glosse, aan XLVII 4 ontleend.

ï

Sluiten