Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cum tumultu, et vestimentum mistum sanguine, erit in combustionem, et cibus ignis.

6. PARVULUS enim NATUS est nobis, et filius datus est nobis, et faotus est principatus super huraerum ejus: et vocabitur nomen ejus, Admirabilis, consiliarius, Deus, fortis, pater futuri saeculi, princeps pacis.

7. Multiplicabitur ejus imperium, et pacis non erit finis: super solium David, et super regnum ejus sedebit: ut confirmet illud, et corroboret in judicio et justitia, amodo et usque in sempiternum: zelus Domini exercituum faciet hoe.

8. Verbum misit Dominus in Jacob, et cecidit in Israël.

strijdgewoel gewonnen, en krijgsgewaad, in bloed geverfd, zal ter verbranding zijn en eene spijze des vuurs5).

6. Want een Kindeken is ons geboren en een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op zijnen schouder gelegd; en zijn naam zal genoemd worden: Wonderbare, Raadgever, God, Sterke, Vader der toekomende eeuw, Vorst des vredes«)!

7. Vermeerderen zal zich zijne heerschappij, en aan den vrede zal geen einde wezen; op David's troon en over zijn koninkrijk zal Hij zetelen, opdat Hij het bevestige en sterke door recht en gerechtigheid, van nu af tot in eeuwigheid. De ijver van den Heer der heerscharen zal dit doen7).

8. Een woord heeft de Heer gezonden over Jacob, en het is gevallen op Israël8).

dc dwingeland het volk de schouders geeselde, en den staf, waarmede de verdrukker zijn schrikbewind voerde, heeft de Heer wonderbaar, plotseling verbroken als ten dage enz., zie Judic. VII, VIII. Die overwinning op Madian behaalde Gedeon zonder eenig natuurlijk hulpmiddel, alléén door Gods wonderdadige macht, de lichtende fakkel in de hand en de bazuin aan den mond: zoo zal ook de Verlosser der wereld alleen door bovennatuurlijke kracht met de lichtende fakkel en de bazuin des Evangelies den Satan overwinnen.

e) De zegepraal op die verdrukkers zal volledig zijn, de buit zal hun ontnomen, de laatste sporen hunner overheersching zullen verbrand worden. Door wien die zegepraal zal worden bevochten, verklaart de profeet in v. 6.

6) Dit Kindeken, dat over al de vijanden zal zegepralen (vgl. VIII 9, 10), is de Messias, wiens geboorte de profeet, in zijn levendig geloof aan de vervulling dier blijde belofte, als reeds tegenwoordig bezingt. De heerschappij van het aan David beloofde eeuwigdurende koningschap (vgl. II Reg. vil 12—16; Ps. LXXXVIII38) is op zijnen schouder gelegd; want op den schouder droeg men het zinnebeeld der konink¬

lijke macht, den koninklijken staf en mantel. De vijf of zes volgende namen verklaren (zie VII 14), wie en wat dat Kind wezen zal: Wonderbare om het bovennatuurlijke van zijne geboorte en van zijn werk (vgl. Judic. XIII 18). Raadgever door zijne goddelijke wijsheid en hemelsche leer. Ood, Sterke of, gelijk X 21, «sterke God», want dit Kind is waarachtig God, die zijne sterkte toont in zijn zegepraal aan het kruis. Vader, om zijne vaderlijke liefde en zorg voor de zijnen, der toekomende eeuw, de eeuw van den Messias; Hebr.: «eeuwige Vader», die te allen tijde zich Vader betoont. Vorst, die den vrede herstelt tusschen God en den mensch en tusschen de menschen onderling, en in vrede, niet door wapengeweld, zal heerschen als de tweede Salomon.

') Vermeerderen enz., vgl. Ps. LXXI 11. Op David's troon, zie de vervulling Luc. I 32. Recht en gerechtigheid zijn de eigenschappen van zijn bestuur en de steunpilaren van zijn Rijk,' zie Ps. LXXI 2, 4, 7. De ijver, d. i. Gods ijverzuchtige liefde voor zijn volk; vgl. Soph. I 18.

8) Met dit vers begint een nieuw onderdeel van het Emmanuel-boek, waarin de ter wraak uitgestrekte hand

Sluiten