Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Et dicetis in die illa: Confiteniini Domino, et invocate nomen ejus: notas facite in populis adinventiones ejus: memento te quoniam excelsum est nomen ejus.

5. Cantate Domino quoniam magnifice fecit: annuntiate hoe in universa terra.

6. Exsulta, et lauda habitatio Sion: quia magnus in medio tui sanctus Israël.

4 En gij zult zeggen te dien dage: Zingt lof den Heer, en roept znnen naam aan; maakt onder de volken zijne uitvindingen4) bekend; gedenkt, dat zijn naam verheven is.

5. Zingt den Heer, -want grootdadig heeft Hij gehandeld; verkondigt dit over de geheele aarde.

6. Juich en zing lof, woonstede van Sion, want groot is in uw midden de Heilige van Israël5).

CAPUT XIII.

HOOFDSTUK XIH.

Godspraak tegen Babel (XIII-XIV). Het gericht over de staf:^re1fa"dm (v 2-5); de dag des Heeren (v. 6-13); de inneming der stad (v. 14-18), hare verwoesting (v. 19^22).

1. Onus Babylonis, quod vidit Isaias filius Amos.

2. Super montem caliginosum levate signum, exaltate vocem, levate

mede het dorstige volk in de woestijn het wonderbare water ontving. Zie Exod. XVII 6; Num. XX 11. VglJoan. VII 37. 1

*) De uitvindingen der hefde van den Verlosser; Hebr.: «zijne daden».

*) Hebr.: «bewoonster», d. ï. de bevolking van Sion. Groot is in uw midden door het werk der verlossing de Heilige van Israël.

») De derde reeks van Isaias' eerste boek (XIII—XXVII) bevat de profetieën tegen de heidensche volken, die, God weerstrevend, om wille van en door Emmanuel en zijn Rijk (volgens VIII 9, 10) zullen vernederd, worden. Het gericht over Babyion staat voorop (XIII—XrV), dewijl het elke tegen God oproerige wereldmacht vertegenwoordigt (vgl. Apoc. XIV 8). Last, zie Nah. t | __Babyion, voorheen de machtigste 'stad van het Babylonisch-Assyrische rhk. had tijdens het optreden van Isaias (735—698) sinds lang znn hoogen rang verloren en werd door Assyrië overvleugeld. In 731 was het door den Assyrischen koning Teglathphalasar ingenomen, doch terstond na den

1. Last van Babyion, dien Isaias, de zoon van Amos, gezien heeft1).

2. Plaatst hoog op een donkeren berg een teeken, verheft de stem,

dood van Salmanassar (m 722) herwon het zijne onafhankelijkheid onder Merodach-Baladan, welke het behield tot 710, toen het weder in de macht viel van den Assyrischen koning Sargon. In de volgende twintig jaren beproefde Babyion herhaalde malen het fuk van Assur af te schudden, totdat het in 689 de wraak van Sehnacherib op vreeselijke wijze moest ondervinden.

Be stad werd ingenomen, g^iuuuuu en uitgemoord, alle schatten werden creroofd, de tempels geschonden en de afgodsbeelden weggesleept. Eerst in 626 ontworstelde Babyion zich weer aan het juk van Assyrië, onder Nabopalassar, den vader van Nabuchodonosor; zie XrV noot 1. Isaias zag, door Gods geest voorgelicht, Babyion op het toppunt zijner macht, waartoe het onder dezen laatsten koning opklom (zie v. 19); hij voorspelt zijnen val door de Meden (v. 17) en de bevrijding van Juda uit de Babylonische ballinglchap XIV 1, 2. Dit is de reden waarom de moderne cntiek deze profetie aan Isaias ontzegt, ondanks het opschrift (XIII 1), zonder hetwelk de eerste 18 verzen haast onverstaan-

Sluiten