Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et erunt prava in directa, et aspera in vias planas.

5. Et revelabitur gloria Domini, et videbit omnis caro pariter quod os Domini locutum est.

6. Vox dicentis: Clama. Et dixi: 'Quid clamabo ? Omnis caro foenum, et omnis gloria ejus quasi flos agri. Beeli. XIV 18; Jac. 110; IPetr. li*

7. Exsiccatum est fcenum, et cecidit flos, quia spiritus Domini sufflavit in eo. Vere foenum est populus:

8. Exsiccatum est fcenum, et cecidit flos: Verbum autem Domini nostri manet in aeternum.

9. Super montem excelsum ascende tu, qui evangelizas Sion: exalta in fortitudine vocem tuam, qui evangelizas Jerusalem: exalta, noli timere. Die civitatibus Juda: Ecce Deus vester:

10. Ecce Dominus Deus in fortitudine veniet, et brachium ejus dominabitur: ecce merces ejus cum eo, et opus illius coram illo.

11. Sieut pastor gregem suum pascet: in brachio suo congregabit

en wat krom is, zal recht, en wat hobbelig is, tot effen wegen worden.

5. En openbaren zal zich de heerlijkheid des Heeren, en aanschouwen zal het alle vleesch te gader; want de mond des Heeren heeft gesproken4).

G. De stem eens sprekenden: Roep! En ik zeide: Wat zal ik roepen? Alle vleesch is gras en al zijne heerlijkheid als de bloem des velds.

7. Verdord is het gras, en afgevallen is de bloem, want de adem des Heeren heeft daarop geblazen. In waarheid, gras is het volk!

8. Verdord is het gras, en afgevallen is de bloem; maar het woord onzes Heeren blijft in eeuwigheid5).

9. Klim op een hoogen berg, gij, vreugdebode van Sion! Verhef met kracht uwe stem, gij, vreugdebode van Jerusalem! Verhef haar, vrees niet! Zeg aan de steden van Juda: Ziedaar uw God6)!

10. Zie, de Heere God komt met kracht, en zijn arm oefent heerschappij ; zie, zijn loon is met Hem, en zijn werk is vóór Hem7).

11. Gelijk een herder zal Hij zijne kudde weiden, in zijnen arm zal

4) Zich openbaren in de verlossing van zijn volk op meer luisterrijke wijze dan bij de verlossing uit Egypte in de wolkzuil (Exod. XIII 21, 22, noot 14), zoodat niet meer Israël alleen, maar alle vleesch, d. i. ieder mensch, de heerlijkheid Oods, zich openbarend in het menschgeworden Woord, aanschouwen en de vruchten daarvan genieten zal. De bevestigende uitspraak want de mond enz. is aan Isaias eigen, zie I 20; XXI 17 enz.

') De profeet hoort wederom eene item, die hem opwekt te roepen, d. i. luide te verkondigen, dat alle menschelijke heerlijkheid ijdel en vergankelijk is, dat daarentegen Gods woord omtrent de openbaring zijner heerlijkheid (v. 5) waar en onvergankelijk is in eeuwigheid. Het volk in v. 7 is zinverwant met alle vleesch in v. 6 en beteekent het gansche menschengeslacht; zie XLII5.

c) Die vreugdebode is Isaias, die tevens al de overige profeten vertegenwoordiet. Volgens anderen is de genitief van Sion, van Jerusalem bijstellend, zoodat Sion of Jerusalem zelf de heraut is dier blijde boodschap. Op een hoogen berg, van waar hij den Heer ter verlossing ziet aankomen, zoodat hij met luide stem, zonder vrees voor teleurstelling, diens zekere komst mag aankondigen.

') Met kracht, als een machtige Verlosser. Zijn arm enz., zijne tot verlossing van zijn volk werkdadige almacht; zie Ps. XCVII 1. Zijn loon, d. i. het loon voor zijn werk, is hetzelfde als zijn werk, te weten de vrucht zijner machtige daden, de verlosten, die Hij met zich voert en vóór zich uit laat trekken, gelijk een herder zijne kudde; zie v. 11 en LXII 11, volg.

Sluiten