Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Tolle mo'am, et mole farinam: i 2. Neem den molen en maal meel*)! :.] denuda turpitudinem tuam, discoo- Ontbloot uwe schande, ontdek den peri humerum, revela crura, transi schouder, maak de beenen bloot,

5, . ' waad door stroomen8)!

flumina.

3. Reveïabitur ignorainia tua, et I 3. Ontbloot worde uwe schaamte videbitur opprobrium tuum: ulti- en gezien uwe schande; wraak zal onem capiam, et non resistet mihi. » nemen en geen mensch zal Mq homo. Nah. III 5. weerstaan ),

4. Redemptor noster, Dominus i 4. Onze Verlosser, Heer der heereiercituum nemen illius, sanctus scharen is zijn naam, de Heilige Israël. van Israël»)!

5. Sede tacens, et intra in tene- 5. Zet u sprakeloos neder en foebras filia Chaldaeorum: quia non j geef u in het donker, dochter der vocaberis ultra domina regnorum. Chaldeërs*); want voortaan zult gq vuuiuexio ui«a 6 nie(. heet8n de beneerscheresse der

koninkrijken!

6 Iratus sum super populum meum, 6. Ik ben vergramd geweest tegen contaminavi hereditatem meam, et mijn volk, Ik heb mijn erfdeel ontdedi eos in manu tua: non posuisti wijd en heb hen overgegevenmuwe u. . t „„ hand; gij hebt hun geen erbsrmmg eis misericordias: super senem ag- dm gr1jsaard hebt g|

gravasti jugum tuum valde. uw •jlk verzwaar<ï bovenmate').

7 Et dixisti: In sempiternum ero 7. En gij zeidetihVoor eeuwig zal domina: non posuisti haec super ik de heerscheresse zrin; gqnaamt cor tuum, neque recordata es novis- dit niet ter harte en dacht niet aan

simi tui. „ ' al .. ., .

8. Et hunc audi haec delicata, et 8. En nu, hoor dit, gq weelderige,

koningin over de aarde. De profeet ziet sparen» Het is het wraakgericht des

haar van haren troon gestooten en ter Heeren

aarde gezetenals eene treurende, zie s) .Een jubelkreet in den mond van

mM Deweekelijke enz (vgl. Deut. Israël, dat door Babylon's val verlost

XXVTII 56) want weelde, wellust en wordt.

ztegenot kenmerkten die stad (Quint. •) Het grootsprekende Babyion moet

r,.rt £ 1 • Herod 1 199). zich, op de wijze der treurenden (Job.

T Dén hanamolensteen draaien was H tB; Thren. II.10), sprakeloos neder-

het zwaar en verachtelijk werk van zetten en zich beschaamd verschuilen

«linnen- val Exod XI 5. ! in het donker der vergetelheid, desker-

8 De straf eener boeleerster (vgl kers. Zóó wordt Babel gestraft om Nah III 5) zal op die trotsche gebie- zijne hoovaardij.

dere* neerkomen. Het Hebr vertalen «) Ben andere reden van het wraak-

de nieuweren: «ontdek uwen sluier, gericht over Babe . GodIhad«nn «.ffl^

hef uwen sleep op., want als eene Israël, ontwijd (vgl. XLIII 28), toen

aanzienlijke vrouw was zij gesluierd Hij het, als ware het niet meer zijit

en droeszii een staatsiekleed met lan- volk, tot straf overleverde aan de Chai-

sen slefp- nu echter moet zij als een deërs; dezen echter overschreden de

OeonstersechPé slavTn ongesluierd en met door God geelde maat en m»*tf+

onireschorte kleederen dienstwerk ver- den Gods volk (vgl. ^ach. 1 16), een

r?cntenen daarbij met ontbloote bee- voorbeeld van dien moedwil: op den

"en door stroomen waden. Dit laatste grijsaard enz. Vgl. Thren. IV 16,

cichnnt tevens eene zinspeling op den V 12. . uittocht de ■ krijgsgevangen bevolking 8) Aan uw einde, d. i. aan den

door het water? dal Babyion omgaf. smadelijken ondergang, uwe gerechte

*V Hebr.: «en geen mensch «al Ik straf.

Sluiten