Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sa. Et vidit praevaricatrix soror ejus Juda,

8. Quia pro eo, quod mcechata esset aversatrix Israël, dimisissem eam, et dedissem ei libellum repudii: et non timuir''brayrarltealil<lx Juda soror ejus, sed abiit, et fornicata est etiam ipsa.

9. Et faoilitate fornicationis suas contaminavit terram, et mcechata est cum lapide et ligno.

10. Et in omnibus his non est reversa ad me prsBvaricatrix soror ejus Juda in toto corde suo, sed in mendacio, ait Dominus.

11. Et dixit Dominus ad me: Justificavit animam suam aversatrix Israël, comparatione praevaricatricis Judae.

12. Vade, et clama sermones istos contra aquilonem, et dices: Revertere aversatrix Israël, ait Dominus, et non avertam faciem meam a vobis: quia sanctus ego sum, dicit Dominus, et non irascar in perpetuum.

13. Verumtamen scito iniquitatem

En zij keerde niet terug. En de trouwelooze, hare zuster Juda9), zag,

8. dat uit hoofde van het overspel, hetwelk de afvallige, Israël, had bedreven, Ik haar verstooten en haar den scheidbrief gegeven had10); en zij vreesde niet, de trouwelooze, hare zuster Juda, maar ook zij ging heen en hoereerde.

9. En door de lichtvaardigheid harer hoererij ontwijdde zij het land en bedreef overspel met steen en hout11).

10. En bij dit alles keerde de trouwelooze, hare zuster Juda, niet tot 14$ terug met geheel haar hart, maar in veinzerij1'), zegt de Heer.

11. En de Heer zeide tot Mij: De afvallige, Israël, heeft hare ziel gerechtvaardigd in vergelijking met de trouwelooze, Juda13).

12. Ga en roep deze woorden naar het noorden en zeg: Keer terug, afvallige, Israël, zegt de Heer! En Ik zal mijn aangezicht niet afwenden van ulieden, want heilig ben Ik, zegt de Heer, en Ik zal niet vergramd blijven voor immer14).

13. Evenwel erken uwe ongerech-

") De beide rijken heeten tutters, kinderen uit dezelfde stamvaders, Abraham, Isaac en Jacob. Juda is de trouwelooze, omdat zij, door tempel, koning en priesterschap meer bijzonder aan den Heer toegewijd en door meer weldaden aan Hem verbonden, door afval en afgoderij trouwbreuk pleegde; vgl. Ez. XXIII 4.

*°) Door de verwerping van Israël uit het land des Heeren in de ballingschap was de heilige band met Jehova verbroken. Onder een ander opzicht, te weten omdat God zijn volk niet voor immer had verworpen, maar beloofd had het in zijn land terug te brengen, wordt Is. L 1 het bestaan van "een scheidbrief ontkend.

") Hebr.: «door het geschrei harer hoererij (d. i. door haar luidruchtig en onbeschaamd hoereeren) werd het land (de heilige, aan God toegewijde grond) ontwijd». Septuag.: < En voor niets (als een nietige zaak) werd geacht hare

hoererij en zij bedreef overspel» enz. Zie verder II 27.

") Bij dit alles, d. i. ondanks de schrikwekkende straf harer verstooten zuster Israël. — in veinzerij, d. i. uitwendig, gedwongen door de maatregelen van Josias; vgl. II Par. XXXIV 3 volg.

'") Gerechtvaardigd, d. i. minder schuldig bevonden. Vgl. Ez. XVI 51. Juda was schuldiger, omdat het met meer kennis en met grooter ondankbaarheid zondigde.

") Naar het noorden, d. i. naar Assyrië, waar Israël in ballingschap was; zie v. 18. — heilig, Hebr. en Septuag. «goedertieren». Aan het minder schuldige Israël wordt barmhartigheid aangeboden en terugkeer uit de ballingschap, opdat het meer schuldige Juda tot besef van zijne schuld kome en door heiligen naijver opgewekt zich oprecht bekeere.

Sluiten