Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Et veniet praedo ad omnem urbem, et urbs nulla salvabitur: et peribunt valles, et dissipabuntur campestria: quoniam dixit Dominus.

9. Date florem Moab, quia florens egredietur: et civitates ejus deserta? erunt, et inhabitabiles.

10. Maledictus, qui facit opus Domini fraudulenter: et maledictus, qui probibet gladium suum a sanguine.

11. Fertilis fuit Moab ab adolescentia sua, et requievit in faecibus suis: nee transfusus est de vase in vas, et in transmigrationem non abiit t idcirco permansit gustus ejus in eo, et odor ejus non est immutatus.

12. Propterea ecce dies veniunt, dicit Dominus: et mittam ei ordinatores, et stratores laguncularum, et sternent eum, et vasa ejus exhaurient, et lagunculas eorum collident.

13. Et confundetur Moab a Chamos, sicut oonfusa est domus Israël a Bethel, in qua habebat fiduciam. III Reg. XII 29.

8. En de plunderaar zal komen naar elke stad, en geene stad zal het ontkomen; en de valleien zullen te gronde gaan en de vlakten vernield worden; want de Heer heeft gesproken.

9. Geeft bloemen aan Moab, want bloeiend zal hij uittrekken11); en zijne steden zuilen eenzaam zijn en onbewoond.

10. Vervloekt die het werk des Heeren bedrieglijk doet, en vervloekt die zijn zwaard weerhoudt van bloe^-ypkfl

11. Vruchtbaar was Moab van zijne jeugd af, en hij lag stil op zijn grondsap; en hij is niet van vat op vat overgegoten en ging nimmer in ballingschap; daarom is zijn smaak hem bijgebleven en is zijn geur niet veranderd1*).

12. Derhalve, zie, de dagen komen, zegt de Heer, en Ik zal er tot hem zenden die de kruiken schikken en kelderen11), en zij zullen hem aftappen en zijne vaten ledig maken en hunne kruiken stukslaan.

13. En te schande zal Moab worden om Chamos, gelijk het huis Israël te schande is geworden om Bethel, waarop bet vertrouwen stelde15).

") Een nieuwe strophe. De zin der Vulgaat is: Noemt Moab nog bloeiend; weldra echter, eer hij vruchten voortbrengt, zal hij in ballingschap gaan. De meuweren vertalen het Hebr.: «Geef aan Moab vleugelen, want vliegend zal hij heentrekken». Vgl. Is. XVI 2. Voor inhabitabilis zie de noot op XLVI 19.

") Het werk des Heeren is hier Moab's verwoesting door het zwaard. Wee den door God bestelden wreker, die God als 't ware bedriegen zou, wanneer hij het hem opgedragen werk traag en nalatig verrichten, d. ï. den ter dood gedoemden vijand sparen zou. Vgl. I Reg. XV 8 volg.; III Reg. XX 42. Hoeveel meer zal deze vervloeking dengene treffen, die het «werk des Heeren», het heilige dienstwerk, nalatig verricht!

") Moab was vruchtbaar, d. i. welvarend, Hebr.: «rustig», d. i. bleef in

het rustig bezit van zijn land, dat het van zijne jeugd af, d. 1. van zijn eerste volksbestaan, bezeten had; vgl. Deut. II 9 volg. Dit wordt ook beteekend door de volgende beeldspraak, waarin de Moabieten vergeleken worden met het edelste voortbrengsel des lands (zie v. 82), met den wijn, hun land met het vat, hunne welvaart met het grondsap; zij immers was de oorzaak hunner trotschheid en goddeloosheid, door smaak en geur aangeduid; zie Is. XVI6.

**) Hebr.: «en Ik zal tot hem aftappers zenden». Dezen zullen den op zijnen droesem liggenden wijn aftappen en de daarmede gevulde kruiken stukslaan; m. a. w. de Chaldeën zullen Moab's steden en land verwoesten en het volk in ballingschap zenden.

") Om Bethel, het heiligdom van den kalverendienst in het Tienstam-

Sluiten