Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viri bellatores ejus fugerunt, exieruntque de civitate nocte per viam portas, quae est inter duos muros, et ducit ad hortum regis (Chaldaeis obsidentibus urbem in gyro) et abierunt per viam, quas ducit in eremum.

8. Persecutus est autem Chaldaeorum exercitus regem: et apprehenderunt Sedeciam in deserto, quod est juxta Jericho: et omnis comitatus ejus diffugit ab eo.

9. Cumque comprehendissent regem, adduxerunt eum ad regem Babylonis in Reblatha, quae est in terra Emath: et locutus est ad eum judicia.

10. Et jugulavit rex Babylonis filios Sedeciae in oculis ejus: sed et omnes principes Juda occidit in Reblatha.

11. Et oculos Sedeciae eruit, et vinxit eum compedibus, et adduxit eum rex Babylonis in Babylonem: et posuit eum in domo carceris usque ad diem mortis ejus.

12. In mense autem quinto, decima mensis, ipse est annus nonus decimus Nabuchodonosor regis Babylonis: venit Nabuzardan princeps militiae, qui stabat coram rege Babylonis in Jerusalem,

13. Et incendit domum Domini, et domum regis, et omnes domos Jerusalem, et omnem domum magnam igni combussit.

*) Zie Jer. XXXIX 4. Het verhaal is hier vollediger dan IV Reg. XXV 4.

4) De krijgslieden, die hem vergezelden, naar IV Reg. XXV 5. Vgl. Jer. XXXVIII 22.

5) Het bericht van v. 10 en 11 is vollediger dan IV Reg. XXV 7. Naar de Septuag. moest Sedecias aldaar den handmolen draaien gelijk voorheen Samson (Judic. XVI 21).

en al hare krijgslieden namen de vlucht en trokken des nachts uit de stad, langs den weg der poort, welke gelegen is tusschen de twee muren en naar den tuin des konings voert (terwijl de Chaldeën de stad in het rond omsingelden), en zij togen heen langs den weg, die woestijnwaarts voert8).

8. Doch het leger der Chaldeën joeg den koning achterna; en zij achterhaalden Sedecias in de woestijn, die bij Jericho is; en geheel zijn gevolg4) vlood van hem heen.

9. En toen zij den koning gegrepen hadden, voerden zij hem naar den koning van Babyion te Reblatha in het land Emath; en hij sprak over hem het vonnis uit.

10. En de koning van Babyion doodde de kinderen—van Sedecias voor diens oogen; maar ook al de vorsten van Juda doodde hij te Reblatha.

11. En hij stak Sedecias de oogen uit en boeide hem met voetboeien; en de koning van Babyion voerde hem naar Babvlon; en hij zette hem in het kerkerhuis tot aan den dag van zijnen dood5). .

12. Doch in de vijfde maand, den tienden6) der maand — dit was het negentiende jaar van Nabuchodonosor, den koning van Babyion — kwam Nabuzardan, de overste der krijgsmacht7), die voor het aangezicht van den koning van Babyion stond8), naar Jerusalem.

13. En hij stak het huis des Heeren en het huis des konings en al de huizen van Jerusalem in brand, en elk groot huis9) verbrandde hij met vuur.

•) Volgens IV Reg. XXV 8 en Bar. I 2 «den zevenden».

') Zie XXXIX noot 5.

") Als een zijner voornaamste dienaren, volgens IV Reg. XXV 8.

•) Nauwkeuriger dan IV Reg. XXV 9 «elk huis». Want de huizen der geringe lieden bleven gespaard; zij toch mochten achterblijven, zie v. 16.

Sluiten