Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14. Et totum murum Jerusalem 14. En al het muurwerk van Jeper circuitum destruxit cunctus rusalem in het rond slechtte het exercitus Chaldaeorum, qui erat gezamenlijke leger der Chaldeën, cum magistro militiae. hetwelk den overste der krijgsmacht

vergezelde.

15. De pauperibus autem populi, 15. En van de geringen des volks10) et de reliquo vulgo, quod reman- en van het overige volk, dat in de serat in civitate, et de perfugis, stad w*s overgebleven, en van de qui transfugerant ad regem Baby- overloopers, die tot den koning van lonis, et ceteros de multitudine, Babyion waren overgev ucht, en de transtulit Nabuzardan Drincens mi- overigen van de menigte») voerde transtuiit naDuzaraan princeps mi- NaDuzardan) de overste der krijgs-

"-189- macht, weg.

16. De pauperibus vero terrae re- 16. Doch van de geringen des liquit Nabuzardan princeps militiae lands liet Nabuzardan, de overste vinitores, et agricolas. der krijgsmacht, wijngaardeniers en

landbouwers achter.

17. Columnas quoque aereas, quae 17. Ook de koperen kolommen, die erant in domo Domini, et bases, et in het huis des Heeren waren, en mare aeneum, quod erat in domo de onderstellen en de koperen zee, Domini, confregerunt Chaldaei, et die in het hms des Heeren was1*), tulerunt omne aes eorum in Baby- verbrijzelden de Chaldeën, en al het , J koper daarvan namen zij mede naar lonem Babyion.

18. Et lebetes, et creagras, et 18. En de bakken en de vorken psalteria, et phialas, et mortariola, en de psalters en de schalen en de et omnia vasa aerea, quae in mini- reukvaten en al het koperen vaatsterio fuerant, tulerunt: werk, dat tot het dienstwerk behoorde, namen zij mede13).

19. Et hydrias, et thymiamateria, 19. En de kruiken en de wierooket urceos, et pelves, et candelabra, vaten en de kannen en de bekkens et mortaria, et cyathos: quotquot eQ de lichters en de reukvaten en aurea, aurea: et quotquot argentea, de bekers, al wat van goud was, de

argentea tulit magister militia»: §oud!f' en al wat van Zllvef w?s'

66 de zilveren, nam de overste der

krijgsmacht mede14).

10) Van de geringen des volks spreekt soort van messen, hier om het offer-

IV Reg. XXV 11 niet; deze woorden vleesch te snijden. Schalen voor het

schijnen bij vergissing, waarschijnlijk opvangen van het bloed. In plaats van

uit den aanhef van v. 16, hier inge- mortariola, reukvaten, is Exod. XXV

slopen. De Septuag. heeft dit vers 29 vertaald phiala, schalen, waarschijn-

niet. lijk vaten, waarin het stukgestampte

") Hebr.: «en het overschot der reukwerk bewaard werd. handwerkslieden»; een groot deel van ") Het door hydrias, kruiken, verdezen was onder Joachin naar Babyion taalde Hebr. woord beteekent waarheengevoerd. Zie Jer. XXIV 1; XXIX 2. schijnlijk «bekkens»; zie Exod. XII

") Zie III Reg. VII 15, 23, 27 volg. noot 20. In plaats van wierookvaten

") Zie voor dit koperen vaatwerk vertalen de nieuweren het Hebr. door

III Reg. VII 40, alwaar voor creagras, «pannen». Voor kannen en bekkens

vorken, vertaald is scutras, doch Exod. staan in het Hebr. dezelfde woorden,

XXVII 3 forcipes, tangen; zie Exod. die in v. 18 vertaald waren door scha-

t. a. p. noot 4 voor het gebruik der len en bakken; hier zijn waarschijnlijk

bakken en tangen. Voor psalters, een de gouden en zilveren, in v. 18 de

soort van speeltuig, dat in dezen sa- koperen vaten bedoeld. Want uit het

menhang niet verwacht wordt, vertaal- tweede halfvers blijkt, dat sinds het

de de Vulgaat Is. XVIII 5 falces, een gebeurde Van IV Reg. XXIV 13 nog

Sluiten