Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Et columnas duas, et mare unam, et vitulos duodecim asreos, qui erant sub basibus, quas fecerat rex Salomon in domo Domini: non erat pondus aeris omnium horum vasorum.

21. De columnis autem, decem et octo cubiti altitudinis erant in column a una: et funiculus duodecim cubitorum circuibat eam: porro grossitudo ejus, quatuor digitorum, et intrinsecus cara erat. III Reg. VII15.

22. Et capitella super utramque serea: altitudo capitelli unius quinque cubitorum: et retiacula, et malogranata super coronam in circuitu, omnia aerea. Similiter columnas secundae, et malogranata.

23. Et fuerunt malogranata nonaginta sex dependentia: et omnia malogranata centum, retiaculis circumdabantur.

24. Et tulit magister militiae Saraiam sacerdotem primum, et So-

20*. En de twee kolommen en de ééne zee en de twaalf koperen runderen, die beneden de onderstellen stonden, welke koning Salomon voor bet buis des Heeren gemaakt had15) — niet te wegen was het koper yan al dit gereedschap.

21. Wat de kolommen betreft, achttien el was de hoogte van elke kolom, en een snoer van twaalf el omving ze; voorts was hare dikte vier vingers, en van binnen was zij hol16).

22. En de kapiteelen boven beide waren van koper; de hoogte van elk kapiteel was vijf el17); en het netwerk en de granaatappelen boven het kapiteel in het rond, alles van koper. Desgelijks voor de tweede kolom, en de granaatappelen18).

23. En er waren zes en negentig granaatappelen, die afhingen19); en de gezamenlijke granaatappelen waren honderd, door netwerk waren zij omkranst.

24. En de overste der krijgsmacht nam Saraias, den oppersten pries-

enkele gouden vaten waren achtergebleven of bijgemaakt. Hier in v. 18 en 19 is de opsomming vollediger en naar de Vulgaat gedeeltelijk anders dan in IV Reg. XXV 14, 15. Wat kostbare kunstwerken werden weggevoerd, blijkt uit v. 20—23.

15) De zin is: Wat betreft de twee kolommen enz. Verder is de lezing foutief, want de twaalf koperen runderen stonden niet beneden de onderstellen, maar onder de koperen zee; zie III Ree. VII 23, 25. Eenvoudiger is de lezing in IV Reg. XXV 16, waar alleen van de onderstellen, niet van de koperen runderen sprake is. Daar echter ook de Septuag. deze laatste hier vermeldt, moet men vermoedelijk lezen: «en de ééne zee en de twaalf koperen runderen, die daaronder stonden, en de onderstellen, welke» enz. Naar deze lezing was het misdrijf van Achaz (zie IV Reg. XVI 17) later hersteld.

,*) Zie de beschrijving der twee kolommen III Reg. VII' 15 volg. Volgens de lezing der Septuag. en II Par. III

15 was de hoogte der beide kolommen vijf en dertig el. De dikte van den wand der holle kolommen was vier vingers.

") Vgl. III Reg. VII 16 en II Par. III 15; minder juist in IV Reg. XXV 17 «drié el».

") Duidelijker heeft IV Reg. XXV 17 aan het slot: «een zelfde versiering had ook de tweede kolom».

-') Deze bijzonderheid staat alléén hier. In plaats van die afhingen heeft het Hebr. «windwaarts», wat volgens de aanduiding der Septuag. schijnt te beteekenen: naar de vier windstreken of de vier zijden der kolom, zoodat er vier en twintig aan eiken kant der kolom hingen en de vier overige aan de vier hoeken. Volgens anderen hingen er zes en negentig vrij, .terwijl de vier overige bedekt waren door den muur van het voorportaal, waartegen de kolommen stonden. Vgl. III Reg. VII 18 volg., 42 en voor de plaats der kolommen v. 21.

Sluiten