Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. In visionibus Dei adduxit me in terram Israël, et dimisit me super montem excelsum nimis: super quem erat quasi sadificium civitatis vergentis ad austrum.

3. Et introduxit me illuc: et ecce vir, cujus erat species quasi species «ris, et funiculus lineus in manu ejus, et calamus mensuras in manu ejus: stabat autem in porta.

4. Et locutus est ad me idem vir: Fili hominis vide oculis tuis, et auribus tuis audi, et pone cor tuum in omnia, quae ego ostendam tibi: quia ut ostendantur tibi adductus es huc: annuntia omnia, quae tu vides, domui IsraeL

5. Et ecce murus forinsecus in circuitu domus undique, et in manu viri calamus mensurae sex cubitotum, et palmo: et mensus est latitudinem aedificii calamo uno, altitudinem quoque calamo uno.

6 Et venit ad portam, quaerespiciebat viam orientalem, et ascendit per gradus ejus: et mensus est hmen portae calamo uno latitudinem,

Chr Septuag.: «in de eerste maand», Nisan, zieExod. XII 2. De hand des Heef en, ziel nool.4. De Heer bracht mij in den geest derwaarts, d. ï. naar

JTfnmde%^hien Gods, zie VIII noot 3. Op een zeer hoogen berg, in

J^rusalemV 1), «Sf Mk\h 1^ cjinn die naar Is. H 2 en 31icn. iv ?;°in' delaa?ste dagen, <L i. in.hettijdnêrk van den Messias, op de kruin der bergen zal gevestigd zijn en zich IS vereffen boVen dj^heuvelen vgL Ez XVH 22 volg.; XX 40). net ge bouu; dat hij aldaar zag opgericht was «het huis des Heeren», de nieuwe tempel, die met zijnen ringmuur en zHne velerlei gebouwen, poorten en voorhoven als het gebouw eener stad Icheen. Daar de profeet Uit Chaldea kwam (zie XX noot 44), zag hq den tempel aan de zuidzijde. ™ Zie I 7. De profeet zag eenen

2. In de gezichten Gods voerde Hij mij naar het land van Israël, en Hij liet mij neder op een zeer hoogen berg; en op dezen was als het gebouw eener stad, aan de zuidzijde2).

3. En Hij voerde mij derwaarts; en zie, er was een man, wiens gedaante was als de gedaante van metaal*), en hij had een linnen snoer in zijne hand en eene meetroede in zijne hand; en hij stond aan de poort*). .

4. En dezelfde man sprak tot mq: Menschenzoon, zie met uwe oogen en hoor met uwe ooren en zet uw hart op alles wat Tk u zal toonen; want opdat deze dingen aan u getoond worden, zqt gq herwaarts gebracht; verkondig al wat gij ziet aan het huis van Israël.

5. En zie, er was een muur aan de buitenzijde rondom het huis aan alle kanten*); en in de hand des mans was eene meetroede van zes el en eene handbreedte*); en hij mat de breedte van het gebouw'), eene roede; ook de hoogte, ééne roede.

6. En hij ging naar de .poortt welke oostwaarts zag8), en hq klom hare treden9) op; en hij mat den drempel der poort, ééne roede breed.

, engel in menschelijke gedaante, glanzend als «blinkend metaal» (Septuag.). Vel. voor het volgende Zach. H l volg.

*\ Aan de poort, waar Ezechiël uit het noorden (v. 2) aankwam, de noordnoort van den buitensten ringmuur.

») De beschrijving van het tempelgebouw begint met den buitensten ringmuur. Zie Fig. 5, plan van bet tempelhuis, AJB2C2D* en Fig. 1 B. P% Hebr : «eene meetroede van zes el elke van ééne el en ééne handbreedS', Zoo was dus de el dezer meetroede niet de gewone el, maar eene handbreedte langer. Zij heet m II Par III 3 de el «naar de oude maat» en is de heilige el, waarmede ook de tempel Jan Salomon was gemeten; zij bedroeg zeven handbreedten, d. 1. 52,5 cm. ^ Debreedte van genoemden muur.

») De buitenste oostpoort. Me

Septuag.: «zeven treden».

Sluiten