Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erat separatum ad dorsum: ethecas ex utraque parte centum cubitorum: et templum interius, et vestibula atrii

16. Limina, et fenestras obliquas, et ethecas in circuitu per tres partes, contra uniuscujusque limen, stratumque ligno per gyrum in circuitu: terra autem usque ad fenestras, et fenestras clausae super ostia.

17. Et usque ad domum interiorem, et forinsecus per omnem parietem in circuitu intrinsecus, et forinsecus, ad mensuram.

18. Et fabrefacta cherubim et palmae: et p alm a inter cherub et cherub, duasque facies habebat cherub.

19. Faciem hominis juxta palmam ex hac parte, et faciem leonis juxta palmam ex alia parte: expressam per omnem domum in circuitu.

20. De terra usque ad superiora portas, cherubim, et palm* caelatae erant in pariete templL

21. Limen quadrangulum, et facies sanctuarii, aspectus contra aspectum.

«) Dezelfde breedtemaat van het zuiden naar het noorden wordt nu aan de achterzijde gemeten. De lengte of de langste zijde van het achtergebouw Z bedroeg naarv. 12 negentig el (f—g), de mureni (want dit schijnt ethecas hier te beteekenen) aan weerszijden waren vijf el dik (v. 12); de som der geheele breedte was dus eveneens honderd el. Wat in dit vers nog volgt, betreft de inrichting en de versiering vart het tempelhuis, die nu verder- tot v. 21 beschreven worden. Vgl. III Reg- VI15 volg. De tekst is zeer duister en waarschijnlijk niet zuiver.

») Het binnenste des tempels, te weten 'het Heilige der heilige en het Heilige, Z de portalen, Septuag.: «het portaal» dat aan het voorhof der priesters grensde? zijn de in v. 16 bedoelde drxe

gescheiden was, aan de achterzijde, met de muren van weerszijden, honderd el16); en het binnenste des tempels en de portalen aan het voorhof;

16. de drempels en de schuins toeloopende vensters en de muren in het rond aan de drie deelen tegenover den drempel van elk — en het was met hout beschoten aan alle zijden in het rond17); de vloer echter tot aan de vensters, en de vensters waren dichtgemaakt, boven de deuren,

17. en tot in het binnenste des huizes en daarbuiten, over geheel den muur in het rond, van binnen en van buiten, naar de maat18).

18. En er waren kunstig gemaakte cherubijnen en palmen; en een palm tusschen cherub en cherub; en twee gezichten had de cherub:

19. een menschengezicht tegenover den palm aan deze zijde, en een leeuwengezicht tegenover den palm aan de andere zqde, afgebeeld door het geheele huis in het rond19).

20. Van den grond tot boven den ingang waren er cherubijnen en palmen gesneden op den muur van den tempeL ',

! 21 De drempel was vierkant; en de voorzijde van het heiligdom had I dezelfde gedaante*0).

deelen des tempels. In deze drie deelen waren de drempels en de schuins toeloopende (zie XL 16) vensters en de muren in het rond tot de hoogte van den drempel overal met hout beschoten.

«) Wat deze woorden beteekenen, weet men niet. Men vermoedt dat ook in v. 16ö en 17 sprake is van beschotwerk zoowel in het binnenste des tempels als daarbuiten in het portaal.

») Het beschotwerk was versierd met halfverheven beeldwerk van elkander afwisselende cherubijnen en palmen. Omdat de cherubijnen op het vlakke beschot zich slechts voor de eene helft vertoonden, hadden zrj met vier (zie 1 10), maar slechts twee gezichten. Vgl.

I HLR ifet Hebr. zegt waarschijnlijk, dat I «de posten» aan den ingang van het

I

Sluiten