Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Tu autem fili hominis ostende domei Israël templum, et confundantur ab iniquitatibus suis, et metiantur fabricam:

11. Et erubescant ex omnibus, quae fecerunt: figuram domus, et fabricae ejus exitus, et introïtus, et omnem descriptionem ejus, et universa praecepta ejus, eunctumque ordinem ejus, et omnes leges ejus ostende eis, et soribes in oculis eorum: ut custodiant omnes descriptiones ejus, et praecepta illius, et faciant ea.

12. Ista est lex domus in summitate montis: Omnis finis ejus in circuitu, sanctum sanctorum est: haec est ergo lex domus.

13. Istae autem mensurae alt ar is in cubito verissimo, qui habebat cubitum, et palmum: in sinu ejus erat cubitus et oubitus in latitudine, et definitio ejus usque ad labium ejus, et in circuitu, palmus unus: haec quoque erat fossa altaris.

10. Gij echter, menschenzoon, toon aan het huis van Israël den tem-

Eel, en dat zij zich schamen over unne ongerechtigheden; en laat hen het gebouw meten10);

11. en dat zij rood van schaamte worden over alles wat zij gedaan hebben! Toon hun11) de afbeelding van het huis en de uitgangen en de ingangen van het gebouw en zijne geheele teekening en al zijne voorschriften en geheel zijne inrichting en al zijne wetten; en beschrijf het voor hunne oogen, opdat zij al zijne teekeningen en zijne voorschriften in acht nemen en ze ten uitvoer brengen12).

12. Dit is de wet des huizes op den top van den berg1*): Geheel zijn omtrek in het rondis allerheiligst11); dit is dan de wet des huizes15).

13. Dit nu zijn de afmetingen van het altaar16), naar de waarachtige el, die eene el en eene handbreedte bedroeg17). Aan zijnen schoot was het ééne el, en ééne el in de breedte, en zijne afpaling tot aan zijnen bovenrand en in net rond ééne handbreedte; dit was dan de goot van het altaar18).

10) De profeet moet den nieuwen tempel met zijne afmetingen en inrichtingen aan de ballingen toonen en verklaren, om hen op te wekken tot schaamte en berouw over hunne vroegere ongetrouwheden (vgl. XVI63). Want de daardoor zinnebeeldig aangeduide herstelling van het Rijk Gods was een duidelijk blijk van Gods liefde en getrouwheid jegens zijn uitverkoren volk.

") Hebr.: «En als zij rood van Schaamte worden over..., toon hun dan» enz.

") De wetten en voorschriften betreffende den eeredienst worden gegeven in XLIV—-XLVI.

") Zie XL 2. Vgl. Is. II 2 volg.

") Geheel zijn omtrek, op den top des bergs, is allerheiligst in verhouding tot hetgeen daarbuiten ligt Zie XLII 20, alwaar alleen de ruimte, die door den buitenmuur werd ingesloten, heilig werd geheeten, eveneens in betrekkelijken zin.

-') Dit ziet terug op de geheele be¬

schrijving van XL 2 af. Met eene dergelijke formule worden in den Pentateuch de afzonderlijke wetten besloten; vgl. b. v.vLev. XIII 69.

u) Van het brandofferaltaar; vgl. XL 47. Zie Fig. 5 E en Fig. 4.

|3 Zie XL 5.

") Door sinus, den schoot des altaars, aan het einde van het vers fossa, de goot, geheeten, schijnt de Vulgaat eene groeve ot eene holte te verstaan van éene el diep en ééne el breed rondom het altaar, tot opneming van het offerbloed (vgl. III Reg. XXII 35 «in sinum currus»); definitio, afpaling, schijnt dan een rooster te beteekenen. — Volgens anderen beteekent sinus het grondvlak, waarop het altaar stond (zie Fig. 4 A), dat ééne el hoog was, a—c (want de hoogtemaat wordt ook verder op de eerste plaats genoemd), en een uitsprong had van ééne el in de breedte, c—g; op den buitenrand van het grondvlak verhief zich eene lijst (definitio) van ééne handbreedte, Hebr.

Sluiten