Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

postibus domus, et in quatuor angulis crepidinis altaris, et in postibus portas atrii interioris.

20. Et sic facies in septima mensis pro unoquoque, qui ignoravit, et errore deceptus est, et expiabis pro domo.

21. In primo mense, quartadecima die mensis erit vobis Paschas solemnitas: septem diebus azyma comedentur.

22. Et faciet princeps in die illa pro se, et pro universo populo terrae, vitulum pro peccato.

23. Et in septem dierum solemnitate faciet holocaustum Domino septem vitulos, et septem arietes immaculatos quotidie septem diebus: et pro peccato hircum caprarum quotidie.

24. Et sacrificium ephi per vitulum, et ephi per arietem faciet: et olei hin per singula ephi.

25. Septimo mense, quintadecima die mensis in solemnitate faciet sicut supra dicta sunt per septem dies:

De priester beteekent waarschijnlijk den hoogepriester, hoewel deze hier nergens met name genoemd wordt. Zie verder XLIII 20. De posten van het kuis zijn de XLI noot 20 vermelde, aan den ingang van het Heilige en van bet Heilige der heiligen. Poort is een verzamelwoord voor al de drie poorten.

*°) Op den zevenden dag der «eerste» (v. 18) maand, zes dagen na het vorige zondoffer; Septuag.: «in de zevende maand, den eersten der maand», bij het begin van het tweede halfjaar of bij den aanvang van het burgerlijk jaar. Op den 10en der zevende m a and viel (Lev. XXIII 27 volg.) de groote verzoendag. Een dergelijk verzoeningsfeest schreef Ezechiël tweemaal (zie v. 18 en 20) in het jaar voor, om verzoening te doen voor hen, die onwetend, niet echter met boos opzet, gezondigd hadden; zie Lev. IV noot 1. Hebr. in het meervoud:

| en aan de vier hoeken van het uitstek des altaars en aan de posten der poort van het binnenste voorhof19).

20. En aldus zult gij doen den zevenden der maand voor een ieder, die door onwetendheid gezondigd en door dwaling zich misgrepen heeft, en gij zult verzoening doen voor het huis16).

21. In de eerste maand, den veertienden dag der maand, zult gij het Paaschfeest vieren; zeven dagen zal men ongedeesem.de brooden eten-1).

22. En de vorst zal op dien dag voor zich en voor geheel het volS des lands eenen var opdragen ten zondoffer22).

23. En op de zeven dagen van het feest zal hij ten brandoffer den Heer opdragen zeven varren en zeven rammen, zonder smet, dagelijks, zeven dagen lang, en ten zondoffer eenen geitebok dagelijks23).

24. En ten spijsoffer zal hij een ephi bij eiken var en een ephi bij eiken ram opdragen, en een hin olie bij elke ephi24).

25. In de zevende maand, den vijftienden dag der maand, op den feestdag25), zal hij opdragen, gelijk boven gezegd is, zeven dagen lang,

«gijlieden zult het huis ontzondigen», want de vorst bood het zondoffer aan voor het volk; zie v. 22. Door de zonde van het volk werd het huis, d. i. de tempel, verontreinigd; zie Lev. XV 31 en XVI 16.

21) Zie voor het Paaschfeest Exod. XII 6 volg.; voor de ongedeesemde brooden Exod. XIII 6 volg.

") Dit voorschrift is geheel nieuw.

") Dit brandoffer der zeven dagen van het Paaschfeest verschilt van Num. XXVIII 19. Het zondoffer is t. a. p. v. 22 hetzelfde.

,4) Een ephi of epha tarwebloem. Een hin is een zesde bat; zie IV 11. Vgl. voor het spijsoffer op de zeven dagen van het Paaschfeest Num. XXVHI 20 volg.

**) Het Loofhuttenfeest; zie Lev. XXIII 34 volg. Vgl. voor de offers Num. XXIX 12—39.

Sluiten