Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stetit, et cor hominis datum est ei.

5. Et ecce bestia alia similis urso in parte stetit: et tresordineserant in ore ejus, et in dentibus ejus, et sic dicebat ei: Surge, comede carnes plurimas.

6. Post haec aspiciebam, et ecce alia quasi pardus, et alas habebat quasi avis, quatuor super se, et quatuor capita erant in bestia, et potestas data est ei.

7. Post haec aspiciebam in visione noctis, et ecce bestia quarta terribilis, atque mirabilis, et f ortis nimis, dentes ferreos habebat magnos, co-

') Allengs zag de profeet den gevleugelden leeuw veranderd worden in een mensch. Het dier verloor met zijne vleugelen de snelheid van den arend; het werd van de aarde, werwaarts het als een dier gebogen was, opgericht, en stond (Aram.) «op twee voeten» als een mensch met een menschenhart. Duidelijk beteekent dit eene geheele omwenteling in den aard van dit rijk. Van eene veroverende en krijgszuchtige wereldmacht, gelijk het 'onder Nabuchodonosor was, werd het onder zijne opvolgers een behoudend en vreedzaam rijk.

8) Het tweede dier, de vraatzuchtige beer, beteekent niet het Medische rijk, dat noch in de werkelijkheid noch in de opvatting des schrijvers (zie op V 28 en VIII 20) op het Babylonische gevolgd is, maar het rijk der Meden en Perzen, dat II 32, 39 door de borst en de armen van zilver is voorgesteld. Het dier stond ter zijde, d. i. in volgorde naast het vorige; doch beter naar het Arameesch: het richtte ééne zijde op, of, naar eene andere lezing, het was naar ééne zijde opgericht. De twee zijden beteekenen de twee volken van dit rijk, de Meden en de Perzen, waarvan het eene volk (de Perzen), dat te voren aan de Meden ondergeschikt was, zien oprichtte en de overhand verkreeg; vgl. VIII 3. De drie ribben in zijnen muil, ten teeken van züne vraatzucht, wijzen (zie VIII 4) op het westen en het noorden en het zuiden, of wel op Babylonië, Lydië en Egypte, door de Medo-Perzen overwonnen. Daar het op nog meer

mensch stond en een menschenhart aan hetzelve gegeven werd7).

5. En zie, een ander dier, aan een beer gelijk, stond ter zijde; en het had drie ribben in zijnen muil en tusschen zijne tanden; en aldus sprak men tot hetzelve: Maak u op, eet zeer veel vleesch8).

6. Daarna zag ik, en zie, een ander als een panter, en het had vleugelen als een vogel, vier op zijnen rug, en vier koppen had het dier, en macht werd aan hetzelve gegeven9).

7. Daarna zag ik in het gezicht bij nacht, en zie, een vierde dier, schrikwekkend en wonderbaar en sterk uitermate; het had groote

veroveringen belust was, hoort de profeet de uitnoodiging tot het dier richten: Maak u op enz.

») Een ander, dat ik daarna, d. i. na het tweede, zag, was de bloeddorstige panter, die als vliegend zijne prooi bespringt (vgl. Jer. V 6; Os. XIII 7; Hab. 18; Apoc. XIII 2), maar hier tot vermeerdering zijner snelheid als een vogel vleugelen, en wel vier, op zijnen rug had. Het beteekent het derde wereldrijk, dat in den droom van Nabuchodonosor door den buik en de dijen van koper was voorgesteld (II 32) en naar II 39 over de geheele aarde zou gebieden. Dit is het rijk van Alexander den Groote (zie VIII 21), die met verbazende snelheid zijne heerschappij uitbreidde en weldra over de geheele toen bekende aarde macht van God ontving. Met dezelfde snelheid komt in VIII 5 de bok uit het westen over de gansche aarde en doortrekt zonder den grond te raken (als vliegend) de landen. De vier koppen van den panter zijn in VIII 8 de vier hoornen van den bok, die naar VIII 22 vier gelijktijdige rijken beteekenen, uit het rijk van Alexander voortgekomen, te weten het Seleucidisehe rak, dat Syrië, Babylonië en Mesopotamië omvatte; vervolgens het rijk der Lagiden, te weten Egypte en Libyë; verder het Macedonische rijk onder Cassander, waartoe Griekenland en Thessahe behoorden; eindelijk het rijk van Lysiniachus, dat zich over Klein-Azië, Cappadocië en Thracië uitstrekte.

Sluiten