Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

judicium sedit, et libri aperti sunt. Apoc. V 11.

11. Aspiciebam propter vocem sermonum grandium, quos cornu illud loquebatur: et vidi quoniam interfecta esset bestia, et perisset corpus ejus, et traditum esset ad comburendum igni:

12. Aliarum quoque bestiarum ablata esset potestas, et tempora vitae constituta essent eis usque ad tempus, et tempus.

13. Aspiciebam ergo in visione noctis, et ecce cum nubibus cceli quasi filius hominis veniebat, et usque ad antiquum dierum pervenit: et in conspectu ejus obtulerunt eum.

14. Et dedit ei potestatem et honorem, et regnum: et omnes populi, tribus, et linguae ipsi servient: potestas ejus, potestas asterna, quas non auferetur: et regnum ejus, quod non corrumpetur. Supra III, 100, et 4,31; Mich. IV, 7; Luc. I 32.

14, 15. Zij stonden vóór Hem als zijne dienaren en zijn hier mederechters en getuigen van Gods gericht, omdat het Gods rijk gold, welks beschermers zij zijn. Vgl. X 13, 20; XI 1.

") De boeken, waarin de daden van vele eeuwen staan opgeteekend, volgens welke gericht zal worden. Zij beteekenen zinnebeeldig de volmaakte kennis van den goddelijken Rechter. Vgl. Apoc. XX 12.

") De tweede handeling is de veroordeeling en de vernietiging van het vierde dier, in zooverre deszelfs God weerstrevende macht nog voortleefde in het rijk, dat door den kleinen hoorn is verzinlijkt. Want het geluid der groote woorden van dezen hoorn, d. i. (zie v. 25, 26) zijn hoovaardig lasteren van den Allerhoogste, is de reden, waarom het dier in den vuurpoel geworpen wordt ter verbranding.

") In het Arameesch hangt dit niet af van ik zag in v. 11, maar het staat op zich zelf. Er is sprake van de drie vorige dieren of rijken, aan welke de heerschappij ontnomen was, toen de hun door God vastgestelde tijd was gekomen. Hun ondergang staat duidelijk in tegen-

zette zich neder en de boeken werden geopend16).

11. Ik zag wegens het geluid der groote woorden, welke die hoorn sprak; en ik zag, dat het dier gedood was en zijn lichaam was omgebracht en overgeleverd om verbrand te worden door het vuur17),

12. dat ook aan de andere dieren de macht was ontnomen en hun levenstijden bepaald waren tot op tijd en stonde18).

13. Ik zag dan in het gezicht bij nacht, en zie, met de wolken des hemels kwam als een menschenzoon, en hij kwam tot bij den oude van dagen, en voor diens aangezicht bracht men hem.

14. En Hij gaf hem macht en eer en heerschappij; en alle volken, stammen en talen zullen hem dienen; zijne macht is eene eeuwige macht, die niet weggenomen zal worden; en zijne heerschappij is onvergankelij k19).

stelling met de gewelddadige vernietiging van het vierde dier in het vorige vers.

") Ik zag dan enz. (v. 13), een nieuwe aanhef voor de derde handeling van het gericht. De vertegenwoordiger van het vijfde rijk, het Rijk van den God des hemels (zie II 44), verschijnt, niet gelijk de vier wereldrijken in de gedaante van een dier, maar, om de voortreffelijkheid en het wezen van het rijk, geheel verschillend van de wereldrijken, aan te duiden, als een menschenzoon, die kwam met de wolken des hemels. In de zinnebeeldige gedaante van een mensch (vgl. Apoc. 113) verscheen Hij, die werkelijk later als de menschgeworden God onder ons zou komen. Hij kwam met of op de wolken des hemels, en hierdoor wordt te kennen gegeven, dat Hij, die door den menschenzoon is voorgesteld, niet alleen mensch, doch ook waarachtig God is. Want het komen op de wolken des hemels wordt in de beeldspraak der H. Schrift uitsluitend aan God toegekend (zie Exod. XVI 10; XIX 9; XL 38; III Reg. VIII 10 volg. enz.). Deze menschenzoon beteekent den Messias,

Sluiten