Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eorum dissipabit, et contra firmissimas cogitationes inibit: et hoe usque ad tempus.

25. Et concitabitur fortitudo ejus, et cor ejus adversum regem austri in exercitu magno: et rex austri provocabitur ad bellum multis auxiliis, et fortibus nimis: et non stabunt, quia inibunt adversus eum consilia.

26. Et comedentes panem cum eo, conterent illum, exercitusque ejus opprimetur: et cadent interfecti plurimi.

27. Duorum quoque regum cor erit ut malefaciant, et ad mensam unam mendacium loquentur, et non proficient: quia adhuc finis in aliud tempus.

28. Et revertetur in terram suam cum opibus multis: et cor ejus adversum testamentum sanctum, et faciet, et revertetur in terram suam.

29. Statuto tempore revertetur, et

daan hebben; roof en buit en rijkdom van hen zal hij kwistig uitdeelen40); en tegen de sterkste (steden) zal hij plannen maken, en dit voor een tijd*1).

25. En zijne kracht en zijn hart zal worden aangevuurd tegen den koning van het zuiden door middel van een groot leger; en de koning van het zuiden met vele en zeer sterke hulptroepen zal ten krijg worden uitgedaagd; en deze zullen niet standhouden, omdat men tegen hem aanslagen zal beramen*2).

26. En die met hem brood eten*8) zullen hem te gronde richten, en zijn leger zal overwonnen worden' en er zullen zeer vele verslagenen vallen.

27. Het hart ook der twee koningen zal gericht zijn op kwaad doen; en aan ééne tafel zullen zij leugen spreken, en zij zullen niet slagen; want het einde wacht nog op een anderen tijd**).

28. En hij zal naar zijn land terugkeeren met vele schatten; en zijn hart zal zich richten tegen het heilig verbond, en hij zal het doen en terugkeeren naar zijn land*6).

29. Op den bepaalden tijd zal hij

40) Terwijl de voormalige koningen I van Syrië gewoonlijk in geldnood verkeerden, was Antiochus rijk en verkwistend en deelde hij den buit, dien hij in Egypte behaald had, met kwistige hand uit Vgl. I Mach. III 30.

41) Om Egypte in zijne hand te houden, trachtte hij de sterkste vestingen te veroveren. Voor een tijd handhaafde hij er zich. Wat hem tot den aftocht dwong, is onbekend.

*•-) De tweede krijgstocht van Antiochus tegen Egypte (in 170). Vgl. I Mach. I 18 volg. De koning van het tuiden is hier waarschijnlijk de broeder van Philometor, te weten Ptolomaeus Physcon, die zich in Alexandrië met zijne zuster Cleopatra had staande gehouden en na den aftocht van Antiochus Egypte had heroverd. Tegen hem trok Antiochus met een groot leger ten strijde, onder voorwendsel, dat hij de rechten van Philometor tegen

Physcon ging verdedigen. De talrijke hulptroepen van Physcon konden niet standhouden om de aanslagen, die op aanstoken van Antiochus tegen hem beraamd werden.

4S) Zijne vertrouwde vrienden.

**) Hoewel Ptolomseus Philometor en Antiochus elkanders verderf beoogden, huichelden zij van weerszijden vriendschap. — Zij zullen in hunne listen tegen elkander niet slagen, want het einde van beide rijken wacht in Oods raad op een anderen tijd.

") In v. 28 en 30—35 worden de verdrukkingen voorspeld, welke Gods volk van Antiochus te lijden zou hebben. Op zijnen terugkeer ait Egypte naar zijn land kwam hij te Jerusalem en richtte hij zich tegen het heilig verbond, d. i. tegen het aan God toegewijde volk. Zie voor zijne aanslagen op den godsdienst en den tempel I Mach. I 21 volg. en II Mach. V 11—17.

Sluiten