Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

fractus judicio: quoniam ccepit abire post sordes.

12. Et ego quasi tinea Ephraim: et quasi putredo domui Juda.

13. Et vidit Ephraim languorem suum et Juda vinculum suum: ot abiit Ephraim ad Assur, et misit ad regem ultorem: et ipse non poterit san are vos, nee solvere poterit a vobis vinculum.

14. Quoniam ego quasi lesena Ephraim, et quasi catulus leonis domui Juda: ego, ego capiam, et vadam: tollam, et non est qui eruat.

15. Vadens revertar ad locum meum: donec deficiatis, et quaeratis faciem meam.

") Ephraim, d. i. het rijk van Israël zal verdrukt worden door zijne vijanden en verbrijzeld worden door het wraakgericht des Heeren, omdat het niet ophoudt onreinheden, d.i. ontuchtige zonden in den dienst der afgoden te plegen.

") Langzaam maar zeker zal Ephraïm en ook Juda ten gronde gaan, gelijk de mot de kleederen en bederf of olm het hout verteert.

M) Hebr.: «zijne wonde». In beide rijken kondigde het inwendige verval den naderenden ondergang; voor al Israël was na den dood van Jeroboam II I aan overweldigers overgeleverd.

u) Israël meende zich staande te kunnen houden door den steun der Assyriërs,maar dezen werden de bewerkers van zijnen ondergang. De koning der Assyriërs was de wreker, door God opgewekt om de zonden van Israël en van Juda te tuchtigen. Sommigen ne-

verbrijzeld door het gericht, omdat het begonnen is te loopen achter onreinheden12).

12. En Ik zal zijn als de mot voor Ephraïm en als bederf voor het huis van Juda13).

13. En Ephraïm zag zijn krankheid en Juda zijn boei14), en Ephraïm toog naar Assur en het zond tot den koning, den wreker15). En hij zal u niet kunnen genezen en u niet kunnen ontslaan van uw boei.

14. Want Ik zal als eene leeuwin zijn voor Ephraïm en als een jonge leeuw voor net huis van Juda; Br, Ik zal grijpen en gaan. Ik zal nemen en niemand zal ontrukken16).

15. Ik zal gaan en wederkeeren naar mijne plaats, totdat gij bezwijkt en mijn aangezicht zoekt17).

men het Hebreeuwsche Jareb als eigennaam, maar een Assyrische koning van dien naam is nog niet gevonden. Men gist niet zonder Waarschijnlijkheid, dat het de eigenlijke naam was van Sargon.

") Gelijk de uitgehongerde leeuw znne prooi vastgrijpt en ze voor niets of niemand afstaat, zoo zullen Israël en Juda, ieder op zijne beurt, de prooi worden van Gods getergde wraak.

") Hunne bekeering zal de vrucht zijn der kastijding. De Heer, die op aarde was afgedaald, om zijn volk te | straffen, gaat en keert weder naar zijne plaats, nu het wraakgericht is voltrokken; daar wacht Hn de vrucht der kastijding, totdat zy bezwijken, d. i. hun trotsch hoofd buigen en zich schuldig bekennen, en door boetvaardigheid Gods aangezicht of gunst zoeken.

Sluiten