Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et hordeo, quia periit messis agri.

12. Vinea confusa est, et ficus elanguit: malogranatum, et palma, et malum, et omnia ligna agri aruerunt: quia confusum est gaudium a filiis hominum.

13. Accingite vos, et plangite sacerdotes, ululate ministri altaris: ingredimini, oubate in sacco ministri Dei mei: quoniam interiit de domo Dei vestri sacrificium, et libatio.

14. Sanctificate jejunium, vocate ccetum, congregate senes omnes habitatores terra? in domum Dei vestri: et clamate ad Dominum: In/ra II15.

15. A a a, diei: quia prope est dies Domini, et quasi vastitas a potente veniet.

16. Numquid non coram oculis vestris alimenta perierunt de domo Dei nostri, Isetitia, et exsultatio?

17. Computruerunt jumenta in stercore suo, demolita sunt horrea, dis-

ren over de tarwe en de gerst, want verloren is de oogst des velds.

12. De wijngaard werd te schande, en de vijgeboom is verflenst; de granaat en de palm en de appelboom, en al de boomen des velds zijn verdord; want te schande werd de vroolijkheid van de kinderen der menschen11).

13. Omgordt u en weeklaagt, gij priesters12)! jammert, dienaren des altaars! treedt binnen13), ligt neder in een boetezak1*), gij dienaren van mijnen God! want vergaan is uit het huis van uwen God spijs- en plengoffer.

14. Heiligt een vasten15), roept de gemeente bijeen16), verzamelt de grijsaards, alle bewoners des lands in net huis van uwen God, en roept tot den Heer!

15. Wee, wee, wee den dag17)! Want nabij is de dag des Heeren, en als verwoesting komt hij van den Almachtige18).

16. . Zijn niet voor uwe oogen de spijzen verdwenen uit het huis van onzen God, blijdschap en jubel19)?

17. Verrot is het vee in zijnen drek80); vernield zijn de schuren,

") De vreugde, waarop zij gehoopt hadden bij de blijde oogstfeesten, werd bitter teleurgesteld.

") Vooral de priesters moesten door woord en voorbeeld het volk tot boetvaardigheid stemmen.

") In den tempel, om Gods ontferming af te smeeken door gebed en uitwendige boetvaardigheid.

") Een van haar of ruwe stof geweven kleed. Ook gedurende den nacht mochten zij dat boetekleed niet afleggen. De grondtekst heeft: «overnacht» enz.

") d. 1. Houdt een vastendag om God te verzoenen.

") d. i. Schrijft een bededag uit, waarop de gemeente d. i. het volk in den tempel moet samenkomen om door openbaar en vereenigd gebed Gods ontferming af te smeeken.

") d. i. Wee over ons (uitroep van ontzetting), want de plaag der sprink¬

hanen is de aankondiging van een nog vreeselijker dag des Heeren.

18) Het bedreigde strafgericht zal verwoesting aanbrengen, geweldig en volkomen, want zij zal geschieden door de hand van den almachtigen God.

1S) De profeet keert terug tot de beschrijving van de plaag der sprinkhanen, een voorspel van het dreigende wraakgericht. De vruchten en spijzen, die zij als 't ware reeds voor hunne oogen hadden, zijn door de sprinkhanen verdwenen. Daarom kunnen er geene blijde offers en offermaaltijden gevierd worden; zoo zijn dus «bhjdsohap en jubel verdwenen uit het huis van onzen God». Want blijkens de verklaring van den H. Hiêronymus behooren de woorden de domo Dei nostri bij het slot van het vers.

*°) Wegens gebrek aan de noodige verzorging, een gevolg van de moedeloosheid en de wanhoop der landlieden. De

I

I

Sluiten