Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Dies tenebrarum, et caliginis, dies nubis, et turbinis: quasi mane expansum super montes populus multus et fortis: similis ei non fuit a principio, et post eum non erit usque in annos generationis et genera tionis.

3. Ante faciem ejus ignis vorans, et post eum exurens flamma: quasi hortus voluptatis terra coram eo, et post eum solitudo deserti, neque est qui effugiat eum.

4. Quasi aspectus equorum, aspectus eorum: et quasi equites sie current.

5. Sicut sonitus quadrigarum super capita montium exsilient, sicut sonitus flamma; ignis devorantis stipulam, velut populus fortis praeparatus ad prcelium.

ligheid» (Hebr.), van Moria, waar Jehova in den tempel zijn zetel heeft, het geschal wijd en zijd gehoord worde en alle bewoners van Juda van heilige vreeze doe ontstellen. Want de dag van het wraakgericht des Heeren is reeds zichtbaar in de plaag der sprinkhanen. Zij mogen dus niet langer uitstellen boete te doen.

') Beschrijving van het komend wraakgericht. Het is een dag van duisternis d. i. van schrikwekkende rampen. Gelijk het licht een zinnebeeld is van geluk, zoo wordt Gods wraakdag, met zinspeling op Ëxod. X 22, voorgesteld door duisternis, welks verschrikking nog stijgt door wolk en wervelwind.

*) Sommigen verstaan dit overdrachtelijk (gelijk I 6) van een leger van sprinkhanen, omdat de volgende beschrijving goed op sprinkhanen past. Meer waarschijnlijk echter worden hier vijandelijke legers bedoeld, die, tenzij het volk zich bekeere, nu en ook later de uitvoerders zullen zijn van Gods wraakgericht. Om dieperen indruk te maken ontleend de profeet, in de schildering dier vijanden, zijne beelden aan de plaag der sprinkhanen. — Gelijk aan den verren horizon, hier door bergen begrensd, de morgenschemering zichtbaar wordt, zoo vertoont zich aan den geest van Joël in de verte een drom

2. Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolk en wervelwind2)! gelijk morgenschemering uitgespreid over de bergen zoo een drom van volken, talrijk en sterk3); zijns gelijke is er niet geweest van den beginne, en zal na hem niet zijn tot in jaren van geslacht en geslacht4).

3. Vóór zijn aangezicht verslindend vuur, en achter hem verzengende vlam! als een hof van geneugte is het land vóór hem, en achter hem als eenzame woestenij, en niemand is er, die hem kan ontvlieden4).

4. Als de verschijning van paarden is hunne verschijning, en als ruiters zoo rennen zij6).

5. Rammelend als vierspannen over de kruinen der bergen springen zij, knetterend als vlammend vuur, dat stoppelen verteert, — als een sterk volk, ten strijde uitgerust7)!

van volken, talrijk en sterk. Misschien is dit tevens eene zinspeling op van verre aankomende zwermen van sprinkhanen, die door hunne menigte de lucht eerst verduisteren en dan, ten gevolge van de weerkaatsing der zonnestralen op hunne vleugelen, door een rossen weerglans hunne nadering aankondigen.

*) Zijns gelijke enz. d. i. een leger zoo talrijk en sterk als het naderende. Immer schrikwekkender zullen de wrekers zijn, die de Heer tegen het zondige Juda zal afzenden. Zoodanigen waren na de Assyriërs, de Chaldeërs, en na hen, de Romeinen.

*)_ De vijandelijke verwoesting, is gelijk aan die van een zwerm sprinkhanen, welker komst dikwijls met den brandenden zuidoostenwind vergezeld gaat, en welker vraatzucht het heerlijke land, «een hof van Eden» (Hebr., vgl. Gen. II 8) in eene verlaten wildernis verandert. Vgl. Ps. XCVI 3.

_•) Hebr.: «als paarden zoo rennen zij». Snel zullen die vijanden aanrukken. Duidelijk is de zinspeling op zwermen van sprinkhanen, welker kop eenige gelijkenis vertoont met dien' via het paard, vgl. Apoc. IX 7. Deze vergelijking geeft den overgang tot het volgende beeld.

') Den grondtekst kan men ook ver-

Sluiten