Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27. Et scietis quia in medio Israël ego sum: et ego Dominus Deus vester, et non est amplius: et non confundetur populus meus in aeternum.

28. Et erit post hsc: effundam spiritum meum super omnem carnem: et prophetabunt filii vestri, et filiae vestra): senes vestri somnia somniabunt, et juvenes vestri visiones videbunt. Is. XLIV3; Act. II17.

29. Sed et super servos meos, et ancillas in diebus iliis effundam spiritum meum.

30. Et dabo prodigia in ccelo, et in terra, sanguinem, et ignem, et vaporem fumi.

31. Sol convertetur in tenebras, et luna in sanguinem: antequam veniat dies Domini magnus, et horribilis. Supra II 10; Matth. XXIV 29; Luc. XXI 25; Act. II 20.

32. Et erit: omnis qui invocave-

a') d. i. Door die weldaden ondervinden en erkennen, dat Ik met mijne genadige tegenwoordigheid te midden van mijn volk woon in den tempel op Sion. Deze woorden vormen den geleidelijken overgang tot de geestelijke goederen van v. 28, v.

**) De vijf volgende verzen zijn in den Hebreeuwschen Bijbel het 3e hoofdstuk. — Daarna, na dat tijdperk van voorbereiding, zal een nieuw tijdperk aanbreken, dat zich zal kenmerken door eene overvloedige en algemeene uitstorting der gaven van den H. Geest. De vervulling dezer profetie nam een aanvang op het eerste Pinksterfeest na Jesus' hemelvaart; zoo verklaarde op plechtige wijze de H. Petrus (Act. II 16, v. v.).

De H. Geest, die ook aan de dienaren Gods onder het Oude Verbond zijne gaven mededeelde, zal in het Nieuwe Verbond zijne genade op overvloediger wijze als water uitstorten over alle vleesch d. i. over alle menschen zonder onderscheid van geslacht, ouderdom of staat, over allen, die bereid zijn tot het ontvangen dier gaven.

4") De uitstorting der inwendige gaven zal zich openbaren door buitengewone

27. En gij zult weten, dat Ec ben in het midden van Israël87), en dat Ec ben de Heer, uw God, en niemand naast Mij; en te schande zal mijn volk niet worden in eeuwigheid.

28. En het zal zijn daarna88): uitstorten zal Ec mijnen geest over alle vleesch39); en profeteer en zullen uwe zonen en uwe dochteren; uwe grijsaards zullen droomen droomen, en uwe jongelingen gezichten zien40).

29. En zelfs over mijne knechten en maagden zal Ik in die dagen mijnen geest uitstorten.

30. En Ec zal wonderteekenen geven aan den hemel en op de aarde: bloed en vuur en damp van rook.

31. De zon zal veranderen in duisternis, en de maan in bloed, voordat kome de dag des Heeren, de groote en verschrikkelijke41).

32. En het zal zijn: al wie den

uitwendige gaven, welke elders charismen heeten. Onder deze wordt hier genoemd het profeteeren, d. i. door de ingeving van den H. Geest spreken en in het bijzonder iets dat verborgen is openbaren, hetzij dit verleden, tegenwoordig of toekomend is; deze bovennatuurlijke kennis wordt ook gegeven door middel van gezichten en droomen. Wat hier aan zonen en dochters wordt toegeschreven, geldt eveneens van grijsaards en jongelingen, en omgekeerd. Vooral in de eerste eeuwen der Kerk waren deze buitengewone uitwendige gaven het niet zeldzame zegelmerk der apostolische prediking en der inwendige rechtvaardigmaking.

") Na aan het tijdvak van den Messias, het laatste dezer wereld, herinnerd te hebben, spreekt de profeet van het laatste oordeel, waarin God rekenschap zal vragen van het gebruik zijner gaven. Het zal worden aangekondigd door schrikwekkende teekenen aan den hemel en op de aarde, zooals ook de Zaligmaker later uitdrukkelijk zou verklaren Matth. XXIV 29. Bloed en vuur enz. zijn de gevolgen der oorlogen Matth. XXIV 7.

Sluiten