Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prophetia Amos.

CAPUT I.

HOOFDSTUK I.

Opschrift (v. 1). Oods straffende gerechtigheid (v. 2). Zijne wraakgerichten over de heidensche volken rondom Israël (v. S—16).

JERBA Amos, qui

fuit in pastoribus de Thecue: qua* vidit

super Israël in diebus Oziae regis Juda, et in diebus Jero¬

boam filii Joas regis

Israël ante duos annos terraemotus. Zach. XIV 5.

2. Et dixit: Dominus de Sion rugiet, et de Jerusalem dabit vocem suam: et luxerunt speciosa pastorum, et exsiccatus est vertex Carmeli. Joël III16.

3. Hsec dicit Dominus: Super tribus sceleribus Damasci, et super quatuor non convertam eum: eo

IOORDEN van

Amos, die tot de herders uit Thecuë behoorde, welke hij gezien heeft aangaande Israël1) in de dagen van Ozias, koning van Juda,

en in de dagen van Jeroboam, den zoon van Joas, koning van Israël, tweejaren vóór de aardbeving*).

2. En hij sprak: De Heer zal uit Sion brullen, en uit Jerusalem zal Hij zijne stem doen hooren*); en de schoone (weiden) der herders treuren, en de kruin van den Karmel verdort*).

3. Dit zegt de Heer5): Wegens drie misdaden van Damascus, ja wegens vier zal Ec het niet afwen-

') d. i. Godspraken aan Amos, den schaapherder (vgl. VII 15), geopenbaard aangaande Israël, het rijk der tien stammen.

') Het jaar van deze aardbeving, waarvan ook Zacharias (XIV 5) spreekt, is niet meer bekend.

*j Amos ontleent zijnen aanhef aan Joel III 16. Hij geeft hiermede te kennen, dat het door Joël verkondigde godsgericht al de zondaren voortdurend bedreigt, niet slechts de heidenen, maar ook Israël en Juda. Zie Joël III noot 20 en 22.

*) De uitwerkselen van 's Heeren toorn zijn reeds zichtbaar door geheel

Israël, op de welige vlakten (Hebr.: «de weilanden») en over de vruchtbare bergketen, die Israël doorsnijdt. De kruin van den Karmel, een berg aan de Middellandsche Zee, ten westen van Nazareth gelegen en beroemd om zijne heerlijke ligging en om zijne vruchtbaarheid. Vgl. Is. XXXV 2; Jer.L19.

6) Eerst voorzegt de profeet aan de volken rondom Palestina het goddelijk wraakgericht, dat hen treffen zal om de mishandelingen, welke zij Israël aandeden. Hierdoor toonde God zijne vaderlijke liefde voor zijn uitverkoren volk, maar ook de gestrengheid zijner gerechtigheid.

Sluiten