Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Verumtamen verba mea, et legitima mea, quae mandavi servia meis prophetis, numquid non comprehenderunt patres vestros, et conversi sunt, et dixerunt: Sicut cogitavit Dominus exercituum facere nobis secundum vias nostras, et secundum adinventiones nostras fecit nobis.

7. In die vigesima et quarta undecimi mensis Sabath, in anno secundo Darii, factum est verbum Domini ad Zachariam filium Barachias, filii Addo, prophetam, dicens:

8. Vidi per noctem, et ecce vir ascendens super equum rufum, et ipse stabat inter myrteta, quae erant in profundo: et post eum equi rufi, varii, et albi.

9. Et dixi: Quid sunt isti, Domine

mi? Et dixit ad me Angelus, qui

loquebatur in me: Ego ostendam

tibi quid sint haec.

10. Et respondit vir, qui stabat

inter myrteta, et dixit: Isti sunt,

quos misit Dominus ut perambulent

terram.

6. Maar mijne woorden en mijne inzettingen, die Ik geboden heb aan mijne dienstknechten, de oro-

fotnn V,«KU„„ JJ~ J ■ .

uüuuou uie uwe vaueren niet getroffen? en zij bekeerden zich en zeiden: Gelijk de Heer der heerscharen gedacht had ons te doen naar onze wegen en naar onze uitvindselen6), heeft Hij ons gedaan.

7. Op den vier en twintigsten dag der elfde maand, Sabath'), in het tweede jaar van Darius is het woord des Heeren geschied tot Zacharias, zoon van Barachias, zoon van Addo, den profeet, zeggende:

8. Dc zag gedurende den nacht, en zie, een man gezeten op een ros paard, en hij stond tusschen de

uui wuuuiueu, uie in ae diepte waren; en achter hem waren paarden, rosse, bonte en witte8).

9. En ik zeide: Wat zijn dezen, mijnheer? En de engel, die in mij sprak, zeide tot mij: Ik zal u toonen wat dit zijn9).

10. En de man, die tusschen de mirteboomen stond, antwoordde10) en zeide: Dezen zijn het, die de Heer heeft gezonden om de aarde te doorwandelen11).

e) Zie noot 4.

*) Sabath of Sjebat, ongeveer Februari—Maart.

*) De hier tot VI 8 volgende profetische gezichten werden den profeet in denzelfden nacht getoond, waarschijnlijk terwijl hij wakend was. Eerst zag hij een man op een ros paard gezeten tusschen de mirteboomen, die in de diepte, in het dal, waren, waar die altijd groene boom bij voorkeur groeit; achter dien man waren paarden van verschillende kleur, waarop zonder twijfel ruiters gezeten waren: val. v. 10. 11.

") De engel, die in mij sprak, is bij deze profetische gezichten de tolk, die inwendig aan den geest van Zacharias verklaring gaf.

") De folk vervulde znne belofte van v. 9 door middel van den man op het rosse paard van v. 8; deze wordt in v. 11 een engel geheeten en was,

volgens Hebreeuwsche overlevering, de aartsengel Michaël, de schutsengel van het onvergankelijke Rijk Gods, dat zinnebeeldig werd voorgesteld door de altijd groene mirten, die in de diepte stonden om het diepe verval van dit Godsrijk ten gevolge der ballingschap af te beelden.

") Dezen, de overige ruiters van v. 8, zijn door God gezonden om de aarde te doorwandelen en aan hunnen gebieder, den man op het rosse paard, verslag te geven van den toestand der volkeren. Dit doen zij in v. 11.— Zij waren de schutsengelen der verschillende rijken (vgl. Dan. X 13), die, als gezanten Gods, paarden bereden van onderscheiden kleur, om de verscheidenheid dier rijken te beteekenen. Aan Michaël geven zij verslag, aangezien de lotgevallen der overige rijken door God worden bepaald om wille van het Rijk Gods. '

Sluiten