Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et universa vasa ejus, et mensan propositie-nis, et libatoria, et phia las, et mortariola aurea, et velum et coronas, et ornamentum aureum quod in facie templi erat: et com minuit omnia.

24. Et accepit argentum, et aurum, et vasa concupiscibilia: et accepil thesauros occultos, quos invenit: et sublatis omnibus abiit in terram suam.

25. Et fecit caedem hominum, et locutus est in superbia magna.

26. Et factus est planctus magnus m Israël, et in omni loco eorum:

27. Et ingemuerunt principes, et seniores: virgines, et juvenes inTHfmati sunt: et speciositas mulierum immutata est.

28. Omnis maritus sumpsit lamentum: et quae sedebant in thoro maritali, lugebant:

29. Et commota est terra super babitantes in ea, et universa domus Jacob induit confusionem.

30. Et post duos annos dierum misit rex principem tributorum in civitates Juda, et venit Jerusalem eum turba magna.

") Bedoeld worden het met gouden platen beslagen nukaltaar, de groote kandelaar met zeven lampen, dï tafel Oer toonbrooden, het voorhangsel van het heilige der heiligen, de ten offer gebrachte gouden en zilveren kronen ! en, naar het schijnt, gouden schilden, die tot sieraad aan den voorkant des I tenipels Mngen (vgl. IV 57). In plaats I van hij verbrijzelde alles heeft de I Grieksche tekst: «hij rukte alles af», ' ni. al het goud, dat op muren en voor- I werpen was aangebracht.

") II Mach. V 21 wordt de buit ge- I schat op 1800 talenten. Vgl. Dan. XI

o«S VOlg.

Ve i°nRgehuwde vrouwen. Het verdwijnen van opgewektheid en vreugde bij bruid en bruidegom wordt her-

I delaar des lichts en alle gereedj schappen daarvan, en de tafel der toonbrooden en de plengvaten en I de schalen en de gouden reukvaten | en het voorhangsel en de kronen I en het gouden sieraad, dat zich aan den voorkant des tempels beX? 'wen nii verbrijzelde alles**).

24. En hij nam het zilver en het goud en de kostbare vaten; en hij nam de verborgen schatten we" die hij vond, en nadat hij alles genomen had»), trok hij naar zijn land. 1

25. En hij maakte eene slachting van menschen en sprak in grooten hoogmoed.

26. En er geschiedde een groot rouwbedrijf in Israël en in elke hunner plaatsen;

27. en de wersten en oudsten zuchtten, de jonkvrouwen en jongelingen verkwijnden, en de schoonheid der vrouwen verging.

28. Elke echtgenoot hief geweeklaag aan, en die op het huwelijksbed zaten, waren in rouw27) ;

29. en het land sidderde over zijne bewoners**), en het gansche huis van Jacob hulde zich in beschaming5»).

30. En na twee jaren tijds zond de koning eenen oppercijnshéffer naar de steden van Juda, en deze kwam te Jerusalem met een grooten troep30).

haaldeliik in het O. T. vermeld als een teeken en gevolg van rouw over een openbare ramp. Vgl. Jer. VII 39: Xyl 9; Bar. II 23.

™) Een persoonsverbeelding om den om8Yan|: ,der ramP le doen uitkomen.

) ueheel het Israëlietische volk moest tegenover andere volken beschaamd staan over zijne berooving zijne onmacht en zijn teleurgesteld Vertrouwen op God.

,0) In 168 v. Chr. Antiochus Was onlangs door de tusschenkomst der Romeinen uit Egypte verdreven, en wilde wellicht die schade en schande j>p de Joden verhalen. Daarom zond

^.ftiftJL1 Macn- V 24> Apollonius met 22,000 man naar Judea.

VII

17

Sluiten